Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

28

zien," sprak de graaf, „waarom heb je dan zoo op je horen geblazen?"

„Juist omdat er geen vijanden meer te zien waren," zei Uilenspiegel, „moest ik er wel eenige hier naar toe blazen. Hadt u dat dan niet gezegd?"

De graaf sprak: „Als torenwachter kan ik je niet

meer gebruiken. Wie heeft ooit zoo iets gehoord: als je vijanden ziet, maak je geen alarm en als er niets verdachts in den omtrek te bespeuren is, blaas je op je horen, alsof ons 't grootste gevaar dreigt. Op zoo'n manier zou je ons allen wel kunnen verraden en gverkoopen. Dx mocht wel eens weten, of 't boosaardigheid of onnoozelheid van je is."

Hij ontnam Uilenspiegel zijn post en stelde een ander tot torenwachter aan.

Uilenspiegel moest nu bij 't voetvolk dienen. Dit al gauw zon hij op een middel

en spoedde zich. toen weer naar boven.

beviel den schelm niets om vrij te komen.

Als de troepen tegen den vijand uittrokken, was hij altijd de laatste, die de poort verliet, en bij terugkomst steeds de eerste, die de poort weer in ging.

De graaf vroeg hem wat dit toch beteekende.

Sluiten