Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

99

7

l

op de markt, nadat ze vroeger al kennis met elkaar hadden gemaakt, en zei met een ernstig gezicht: „kom morgenmiddag bij me eten, als je kunt."

„Graag," antwoordde Tyl te goeder trouw en begaf zich den volgenden dag, tegen etenstijd, naar 'thuis van zijn nieuwen vriend. Dit was echter van boven tot beneden gesloten: de deur dicht, de luiken dicht, alles potdicht. Hij klopte aan en riep, doch niemand deed hem open. —

Toen ging hij weg en sprak dien dag met geen enkel woord over 't ondervondene.

Maar den volgenden ochtend zocht hij den man op in 't lokaal, waar hij gewoon was om dezen tnd een glas bier te drinken en zei: „dat 's ook wat moois; je noodigde me uit en toen ik kwam, was je huis potdicht en zelf was je niet te beroepen!"

Zijn nieuwe vriend meesmuilde. „Dr heb je voorwaardelijk uitgenoodigd, voorwaardelijk, zie dat alsjeblieft niet over 't hoofd! Ik zei: als je kunt. Maar de deur was dicht en dus kon je niet. 'tls, dunkt me, zoo eenvoudig als iets."

„O ja, zeker," zei Uilenspiegel; „men is toch nooit te oud om nog wat te leeren."

Toen klopte de ander hem op den schouder. „Ik wil je niet boos maken, kameraad; 't was maar een grap, hoor! Weet je wat, ga je scbü maar gauw inhalen. We hebben er thuis op gerekend, je eens lekker

doch niemand deed hem open.

Sluiten