Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

112

op te steken. Ook hij schrikte geweldig van den wolf; hn dacht niet anders, dan dat 't dier de meid al opgegeten had en vluchtte in den kelder.

Uüenspiegel maakte zooveel lawaai, als hij maar kon en schreeuwde, dat hij licht wou hebben. Waarom kwam er niemand om licht op te steken ? En drinken wou hij ook hebben, evenals de Saksische koopheden!

Om er een eind aan te maken, stond de waard, die dacht, dat de knecht ook te vast had geslapen, om wakker te kunnen worden, ten slotte maar zelf op. Hij was echter danig uit zijn humeur over deze nachtelijke stoornis en bromde erg op de Saksers, terwijl hij in de donkere keuken rondscharrelde.

Daar ging 't hem al precies als 't den anderen twee gegaan was, zooals de vier samenzweerders, tot hun groote pret en voldoening, weldra bemerkten. Toen hij licht had aangestoken, kreeg bij den wolf in 't oog en ontstelde in hevige mate. Luid schreeuwend holde hij naar de gelagkamer.

„Lieve vrienden," zoo riep hn uit, „komt mij toch te hulp! Er staat een vreesehjk dier bij 't vuur, dat de meid en den knecht al heeft verslonden, 't Scheelde een haar, of 't had mij ook verscheurd. Dr zag zijn tanden aljblinken — hu "

De heeren gingen met hem mee. De knecht kwam uit den kelder, de meid van buiten — aüebei spring: levend en gezond. De vrouw van den waard kwam ook kijken wat er te doen was, ja, zelfs de kinderen trippelden naar beneden. Memand was er dus nog opgegeten door 't monster!

Sluiten