Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

42

keken toe, in ademlooze stilte.

Rustig legde Robin aan, trok af, en de pijl trof het doel precies in het midden.

Toen schoot Kleine Jan. In een wijden boog vloog zijn pijl op het doel af; de dunne wilgentak was gespleten!

En ook Midge, de molenaarszoon, deed een prachtig schot. ■

Van alle kanten daverden juichkreten; alleen zij, die groote sommen hadden ingezet op de schutters van den koning, keken bedrukt, de bisschop het meest van allen.

De koningin zag haar gemaal aan, en vroeg: „Mijn koning en gemaal, wilt u mijnen schutters genade schenken, wie ze ook zijn mogen?"

En de koning antwoordde gul: „Of zij vrienden of vijanden zijn, ik geef hun vrijgeleide, veertig dagen om hier te komen, veertig dagen om terug te gaan, en driemaal zooveel om feest te vieren."

„Dan, welkom hier, Robin Hood!" riep de koningin. „Welkom, gij en uwe vrienden!"

Iedereen luisterde verbaasd toe.

,,ls dat Robin Hood?" vroeg de koning. „Er is mij toch geboodschapt, dat hij in een van de bosschen gedood was".

HOOFDSTUK VIII.

Eens kreeg Robin Hood het in zijn hoofd, visscher te willen worden, zoo'n afwisseling scheen hem wel prettig toe. Dus nam hij afscheid van zijn vroolijke schaar getrouwen, en ging alleen naar Scarborough, een plaatsje aan de kust. Daar ging hij het huisje binnen van een jonge visschersweduwe.

Sluiten