Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

„Ik kom hier om je iets te beloven", zei de fee. „Voortaan zal alles, wat je niet wilt, ook niet gebeuren." „En wat ik wel wil?"

„Ben je nog niet tevreden, prinsesje? Is 't niet heerlijk, wat ik je beloof?" '

„Ja, ja, fee,, dank u wei", zei het prinsesje haastig.

„Zoo, dat dacht ik ook. Maar één ding moet je me beloven, je moogt aan niemand vertellen, dat ik bij je ben geweest. Beloof je dat?"

„Ja, fee, ja", beloofde Augusta ernstig, en de fee knikte met haar kleine hoofdje, hoe langer hoe harder, tot ze ineens verdwenen was.

Alleen de maan scheen op Augusta's bedderand.

Ze wreef nog eens hare oogen uit. Wat ik niet wil, zal niet gebeuren ...overdacht ze. Nee maar, wat heerlijk! Ik ga maar gauw weer slapen, dan is 't des te eer morgen.

Toen ze wakker werd, was 't heelem'aal dag, en de hofdame, die haar naar bed had gebracht, zat aan de tafel tc wachen.

Prinsesje wreef eens goed hare oogen uit. Wat had ze een grappigen droom gehad! Was 't wel een droom geweest? Ze had toch duidelijk de fee op den rand van haar bed zien zitten. Och, natuurlijk was 't een droom, maar wèl een grappige!

Nu keek de hofdame op en toen ze zag, dat prinsesje wakker was, knikte ze haar toe en stond op.

„Goeienmorgen Augusta", zei ze heel vriendelijk, want ze was erg goed, en omdat ze zooveel wijzer was dan het prinsesje, dacht ze er al niet meer aan, dat Augusta zoo onaardig was geweest den vorigen avond: „heb je lekker uitgeslapen?"

Sluiten