Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

29

„Dat en gaat niet, ventje! Ge gaat eerst het alaam *) moeten kennen. Kijkt hier, wat is dit?' De baas had een Spaanschriet van een el lang in de hand genomen.

„Zegt, wat dit is!"

,'k En weet het niet, baas!" Vermeule had de hand met het riet er in uitgestrekt om er den jongen een flinken strieps mee om zijn beenen te geven; en zoodra Mong gezegd had, dat hij het ding niet kende, zwiepte het reeds door de lucht; doch de jongen was den baas te vlug, want hij sprong plotseling zóó hoog, dat de slag onder hem door ging. De baas begon nu geweldig te lachen en zei:

„G* hebt gelogen 1 ge verkenden het ding!"

„Ba, 'k en doe, baas! 'k zag het maar dén. En gij wilt mij daarmee zeggen, dat ik slaag krijge met het riet, als ik mijn beste niet en doe. Maar g' en zult niet noodig hebben van mij slaag te geven. Gij gaat het zien. Ge zult content van mij zijn en nieten te klagen hebben!"

De jongen zei dit met zulk een overvloed van oprechtheid en gulheid in zijn gelaat, dat het den baas speet, dat hij hem had willen slaan.

Mong gedroeg zich terstond zoo jegens zijn baas en zijn vrouw — want madam had geen dienstbode — dat zij aan 't einde der week vol lof over hem waren. En 't duurde niet lang, of ze hielden beiden veel van den jongen. Of 't werk was voor den baas of voor de vrouw, tiet was hem alles gelijk: hij deed alles vroolijk en vlug. Trouwens, als er veel werk was, hielp de vrouw ook mee in de werkplaats, en Vermeule op zijn beurt kwam even goed met den pot klaar als zijn vrouw. Mong kreeg spoedig ook zijn halven „dréupel" als de baas en de vrouw een heelen kregen. En de verhouding werd nog inniger, toen de jongen zich ook bij allerlei sport- en turnclubs aansloot en zelfs bij een fanfare, waarbij hij trommelslager werd.

En de knaap was ook — goed Katholiek: hij ging 's Zondags ook steeds naar de vroegmis en bracht verder

*) Gereedschap.

Sluiten