Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

51

Dat hebben ik verstaan; maar 'k en wete uw gedacht niet, als gij zegde: Alzoo, gij ziet allegaar, dat het meuglijk is. Wat is meuglijk?"

Vader en moeder en Romanie begrepen nu, dat het geen zinloos vertoon was geweest, dat spel van Bertha. Nu verstonden ze ook zooveel als Charles. Want héél Vlaanderen was vol van de vreemde geschiedenis.

De vreemde geschiedenis —.

Medard Deschamp was soldaat geworden. Omdat hij een net, beleefd en handig jongmensen was, had de kapitein hem uitgekozen als oppasser, en zoodoende kreeg hij zijn plaats in de woning van den kapitein, om er allerlei huiswerk te verrichten. Hij gedroeg zich daar zóó, dat de heele kapiteinsfamilie veel van Medard begon te houden; Madam vooral, omdat zij hoe langer hoe meer opmerkte, dat hij streng katholiek was.

Madam was al lang ziek, en geen dokter scheen haar te kunnen helpen. Doch nu had zij gehoord, dat er baat te vinden was bij Onze Lieve Vrouwe van Uittewege. Er zou dan een bedevaart daarheen moeten gedaan worden. De zieke was hiertoe spoedig besloten; doch zijzelf kon de bedevaart niet doen: op haar kosten moest hiertoe dus een ander dienen. Doch wie?

Al ras viel de aandacht op den soldaat Hij zelf wilde wel gaarne de bedevaart doen voor zijn meesteres, en de kapitein bewilligde er in, dat hij zou gaan.

In uniform en van al 't noodige voorzien begaf Medard zich alzoo ter bedevaart In de kapel van O. L. Vrouwe van Uittewege las hij de noodige gebeden, bracht er zijn offer en reeds terstond maakte hij op de aanwezige bedevaartgangers den indruk van bijzondere devotie. In korten tijd was hij bij allen bekend, en iedereen bejegende den soldaat met zekere hoogachting. Zoo brak de laatste dag der bedevaart aan, en de soldaat week bijna uit de kapel niet De koster zag hem meermalen geknield voor het O. L. Vrouwenbeeld.

Sluiten