Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

102

zijn, mocht niet geëischt worden. Wie kon van hem vergen, dat hij zich zelf vernietigde? Dwaasheid 1

En nooit had hij gehoord, dat een mensch niet aan spel en sport mocht meedoen. Hij zou toch ook een deel van zijn liefhebberij kunnen aanhouden, en in alles Gods wil doen. Indien hij zich slechts matigde....

„Mong!"

„Ja, baasl"

„A wel, wat peisje gij van biljarten en kaartspelen?' „A wa, nieten!"

„Nieten, nieten! — dat zegt nieten 1 Gij moet zeggen, dat het goed is, of dat het kwaad is!"

„'k En kan datte zóó niet zeggen, 't Is goed, op een zin, en 't is kwaad op een zin. 't En is niet verboön in de tien geboden Gods en 't en is ook niet verboön in de vijf geboden van de Heilige Kerke, 'k En kan ik daarvan niet meer zeggen."

„Awel, en waarvan zegt gij dan: op een zin is 't goed, en op een zin is 't kwaad? Zegt mij, op welken zin het goed is!"

Edmond moest hierover eerst eens denken, en na een poosje zei hij:

„Baas! 'k en kan 't niet vinden. Ik ben van gedacht, dat je altijden entwat beters kunt doen als met de kaarte spelen of op den biljard, 't En kan maar alleene dienen voor uwen verzet!"

„Voor niet meer?'

„Meer? meer? ba ja! je kunt winnen, en 't is dan voor je glorie en leute, en je kunt verliezen en 't is voor je verdriet!"

Even dacht nu de baas na en zei dan:

„Ik ben content van uw antwoord. Zegt mij nu een keer, op welken zin de kaarte en den biljard slecht zijn!''

Edmond, die zeer in zijn schik was met de goedkeuring van zijn baas, en door lachen daaraan uiting gaf, moest terstond weer aan 't denken, en na lang gedacht te hebben

Sluiten