Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

103

begon hij druk met het hoofd te knikken, zijn voorhoofd te fronsen, en zei eindelijk:

„Ja, ja, baas! dat is stijf gemoeielijk!"

Hij zat al te drukken en te stenen; doch 't wou maar niet helder worden.

„A wa, baas! 'k en hebbe van al mijn leven niet entwat zóó gemoeielijk geweten als datte!"

Den baas beviel dit uitermate, want het was voor hem een bewijs, dat, indien er al kwaad stak in het spel, het toch zeer gering moest wezen. Doch hij zelf had er dieper inzicht in dan Mong, omdat hij het spel kende en zijn knecht een beginneling was. Hij achtte het zich dan ook verplicht, hem op gang te helpen.

„Luistert, Mong! ik ga u een beetje den weg toogen. Luistert! Als ge peist op de wille Gods en op de rechtveerdigheid, 't is meuglijk, dat ge dan weet, op welken zin het spelen kwaad is!"

Mong lachte als iemand, die in 't donker aan 't zoeken was, en nu in eens bijgelicht werd: hij meende, dat hij 't al terstond zag.

„Ziet, baas! als ik met entwien met de kaarte speelde, en ik peisde dan op God, en op den uitleg van den Onzen Vader, 'k ben zeker, dat ik rap de kaarten tegen de eerde smeet Peisje gij, dat de Heilige Engelen met de kaarte spelen, of op den biljard? Als je wilt Gods wille doen, er is dan wel entwat beters als te kaarten, 'k Gingen ik liever 'nen schoonen kader maken of in 'nen geestigen boek lezen. Wat peisje gij?"

„Ba ja, 'k en kan 't u niet ontstrijden, 't Is alzoo, lijk gij zegt!"

Vermeule wist nu genoeg van 't spel.

„En wat peisje gij van 't gaaischieten en van 't prijsschieten met den voetboog?"

Even moest Mong nadenken. Dan zei hij:

„Juist-en-gelijk! 't dient voor nieten! Ware 't oorloge en je kost den viand dood schieten met 'nen schicht of marbel, 't ware nog voor enlwat; maar je kunt ze algelijk

Sluiten