Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

122

gij! 'k Hadde geerne een pijpsje toebak te smoren: geeft een beetje den uwen!" „Mijn pijp?"

„Ba neen! uwen toebak!" „Sa! Rosalie! neemt het allegaar: 't is voor u!" De buitenvrouw scheen Edmond niet te durven toespreken. Zij wendde zich tot Rosalie en vroeg zacht: „Zou dienen vent niet entwat voor mij weten?" Mong had het wel gehoord en zei: „Vrouwe! kent gij 't Evangelie?' De vrouw keek vreemd op.

„'t Evangelie? Ba ja, 'k en zou ik de Evangeliën niet weten, 'k En ben niet geleerd, maar algelijk weten ik de Evangeliën van den zooveelsten en zooveelsten Zondag!"

,'t Is datte niet, wijvetje! datte niet! Ik meene, of je de leeringe kent van 't Heilig Schrift"

De vrouw keek Rosalie aan, of die misschien begreep, wat ,den vent" bedoelde.

,Hoe heetje gij, vrouwe?' vroeg Edmond.

„Mijn name is Fina!"

„'t Is wel, Fina! ik ga u entwat zeggen: 's Zondags, 's navens ten zessen is er dienst in de Evangelische kerke. Weet je gij, wat 'nen Evangelische kerke is?'

,Ba neen ik! 'k En hebbe ten onzen daarvan nooit gehoord!"

,Awel, Fina! ge gaat daar Zondag gaan en ge gaat dan weten, wat een Evangelische kerke is. En is het, dat ik u daar zie, ik ga u dan zeggen, of ik entwat voor uwete!"

De vrouw keek naar Rosalie en vroeg weer zacht of ze dat zou doen, en de gevraagde zei met haar oogen, dat het goed was. Mong deed, of hij van alles niets merkte en zei: -:

,En ik ga u nog entwat zeggen, dat beterder is. Weet je gij, wien ons allegaar brood kan geven? Je hebt het maar te vragen en je krijgt het!"

De vrouw keek Rosalie vragend aan om hulp.

„Fina! ken je gij den Onzen Vader?'

Sluiten