Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

249

hand op, als om een in de nabijheid staand drinkglas te vatten. Moeder gaf het haar in de hand, en haar wat opbeurend, liet ze haar drinken. En dan zei Bertha weer: „Ma!" doch knikte meteen naar Vermeule. Deze nam nu het N. Testament, zooals het opengeslagen lag en las de, met potlood gemerkte, woorden:

Ik ellendig mensch l wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?

Ik dank God, door Jezus Christus, onzen Heere. Zoo is er dan nu geene verdoemenis voor degenen, die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vleesch wandelen, maar naar den Oeest.

Want zoovelen als er door den Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods.

Dezelve Geest getuigt met onzen geest, dat wij kinderen Gods zijn. En indien wij kinderen zijn, zoo zyn wij ook erfgenamen, erfgenamen van God, en medeerfgenamen van Christus, zoo wij anders met hem tijden, opdat wij ook met hem verheerlijkt morden.

En wij weten, dat dengenen, die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede, namelijk dengenen, die naar zijn voornemen geroepen zijn. Want die Hij te voren gekend heeft, die heeft Hij ook te voren verordineerd, den beelde zijns Zoons gelijkvormig te zijn, opdat Hij de eerstgeborene zij onder vele broederen.

En die Hij te voren verordineerd heeft, deze heeft Hij ook geroepen; en die Hij geroepen heeft, deze heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerechtvaardigd heeft, deze heeft Hti ook verheerlijkt.

Wat zullen wij dan tot deze dingen zeggen: Zoo God voor ons is, wie zal tegen ons zijn? Die ook zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar heeft hem voor ons allen overgegeven; hoe zal Hij ons ook met hem niet alle dingen schenken? Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods? God is het, die rechtvaardig maakt.

Sluiten