Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

269

De predikant eindigde met de woorden uit de Schrift, die hij aan 't begin had voorgelezen, plechtig te herhalen. En ais na het slot er van: Niemand komt tot den Vader dan door Mij, — het „Amen" uitgesproken was, vielen degenen, die in den tweeden kring zich bevonden, terstond zingend in:

.Amen, God'lijk Evangelie I Amen zegt mija ziel daarop I"

Daarna een kort gebed, en dan stroomde de schare het groote hek van den doodentuin uit

Al de estaminets bij 't kerkhof liepen stampvol, en overal werd over niets gesproken als over de begrafenis; langs den weg óók over niets anders.

„Z' en moeten datte geen hondenbegravinge namen. Tc Vinden ik dat juist 'ne schoone begravinge!"

.Algelijk versta je d'r meer van als van de priesters en heur Latijn!"

„En wete gij, waarvan 't al in 'nen vreemde taleis, dat de pastoors klappen? Daarmee j' er nieten van zoudt verstaan! 'k Hebben alles van den Geuzenpriester gehoord en verstaan!"

.En 't zingen ook: je kost het verstaan, en elk-end-een kost meezingen!"

„Ze zeggen, dat het naar 't Heilig Schrift is! En ik gelooven het!"

Een paar uur later klampte Cies den nieuwen colporteur aan.

.Mong! d'r komt er f avend 'nen man toe mijnent om 't Heilig Schrift 't Ware best van al, dat ge zelf kwaamt met eenigte differente boeken 1"

.'k Ga 't doene, Cies! Ge meugt er op rekenen, als 't God belieft F'

't Was reeds over negen 's avonds, toen, in nogal opgewonden stemming, Mong bij Vermeule een kort bezoek bracht

Sluiten