Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

38

hun neven, de Fisher's. Ze gingen weinig met elkaar om, want de Bruckner's waren degelijke farmers, en de drie zoons van Fisher waren ruwe waaghalzen, die liever op avontuur uit gingen dan hun land te bebouwen. Er werd zelfs gezegd dat ze paardendieven waren.

Aan den overkant van de breede rivier, op den Arkansasoever, lag de groote farm van Miller, die zich wel een uur ver langs de rivier uitstrekte.

Al twee uur had Lou in den plasregen gestaan, steeds zorgende de loop van zijn geweer droog te houden. Met een geweerschot moest hij alarm maken als er iets niet in den haak was. 't Gebeurde wel eens, dat een wanhopige farmer, wiens eigen land sterk bedreigd werd door overstrooming, de rivier overstak en moedwillig den dam van een overbuurman doorstak, om zoo 't water aan de overzij een uitweg te geven en hierdoor eigen land te behouden.

In de dikke duisternis en bij den stroomenden regen leek de rivier een kokende chaos. „Als 't nog een dag zoo doorgaat, dan zijn we er allen bij," zei Lou in zich zelf.

Zag hij daar niet een licht aan de overzij bij Miller? Miller was zeker ook bezorgd voor zijn dammen. Hè, bijna wenschte Lou dat die van Miller maar door mochten breken en zoo de drang van 't water aan hun kant gebroken werd. Miller was veel rijker en kon de schade veel beter dragen dan zij.

Lou keek eens of zijn eigengemaakte kano nog wel goed vast lag aan den tronk van een cypres. Toen liep hij naar den noordkant van 't terrein, dat hij bewaken moest, „Die

Sluiten