Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

25

suiker en thee te halen, want onze voorraden zijn uitgeput. Vooral de kinderen maken het me lastig om suiker. U ziet, dat uw persoon hier niet alleen in het spel is. Als we samen gaan, zullen we beurtelings roeien, en het zal gemakkelijk vlotten." Ik kon niet langer weigeren.

Circa 9 uur in den avond begaven we ons op weg. Een geweer, kruit en lood, een kistje, waarin wat thee, suiker (mijn eigen suiker!) en wat scheepsbeschuit verpakt was, met daarenboven een theepot, vormde onze gansche bagage. Na zijn kinderen goed de les gelezen te hebben om toch vooral niet te dicht aan de kant van 't water te spelen, daar hij ze er nu niet kon uithalen, bracht mijn vrind zijn boot te water en begonnen wij onzen eersten kilometer van de 130 af te leggen. Het was volop dag en de zon ging den heelen nacht niet onder.

Omstreeks 11 uur bereikten wij het Salt-lake, een groot zoutmeer, waarin de Krusatrim zich uitstort. Het is een onmetelijke watervlakte, prachtig om te zien, maar wat lang om over te steken.

In de verte zagen we een klein zwart puntje.

„Dat is de Patrijzenrots," zei mijn metgezel, „en op dat punt houden we aan."

Ik was er tijdens den winter tweemaal met mijn hondenspan om heen getrokken, maar nooit had ze me zoo ver afgelegen toegeschenen. Je moet weten, dat we ze in den winter met zorg vermijden, want in haar nabijheid zijn warme bronnen, en je loopt gevaar met slee en honden in een of ander gat te verdwijnen.

Terwijl we om beurt roeiden, snelden de uren voorbij.

Eenige minuten voor middernacht dook de zon, wier beweging ik met belangstelling volgde, eensklaps achter de kruinen der bergen die ten Noorden onzen gezichteinder afsloten, om eenige minuten later langzamerhand weer te verschijnen, haar onschuldig gezicht in rosachtige dampen gehuld. Haar morgenbad, dat niet langer duurde dan een gewone douche, had haar heelemaal opgefrischt. Geen wonder, dat zij er altijd opgewekt uitziet, daar ze zich elke 24 uren verjeugdigt.

Ik verlustigde mij in mijn zoete droomen, toen mijn walvischvaarder me eensklaps tot de werkelijkheid terugbracht met de opmerking dat het mijn beurt van roeien was. We naderden meer en meer de Patrijzenrots, maar ze bleef nog steeds zeer ver verwijderd.

Omstreeks 7 uur in den morgen waren wij er. Mijn bootsgezel,

Sluiten