Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij omwikkelde den brief met een blauwzijden snoer, deed er vele knoopen op en gaf hem aan Hendrik met verzoek dat haar vader dien vóór de verzending met zijn zegel zoü verzegelen.

Zij bemerkte eerst daarna hoe het schrijven haar ingespannen had.

En hoe leeg de kamer was.... Tante Gonda, Godeheve, de Valkenburcht met al de welbekende gezichten, de bergen de wijde luchten waren daar geweest.

Zij klom op de voetbank vóór 't raam, een houten vloer eenige treden hooger boven de andere, daar de ramen in die tijden zeer hoog waren aangebracht, en keek uit.

De regen had opgehouden. Zwart en grauw stonden de hooge smalle huizen boven de glimmende straat.

Weinig voorbijgangers en weinig van de lucht te zien. Toch bleef zij een poos staan.

In de verte hoefgetrappel. Eenige gewapenden sloegen den hoek om en reden de straat op.

Twee, vier, twintig, telde Roswitha en weer meer. Bisschoppelijke ruiters. Zij reden in rijen van vier. In de vijfde rij een ridder, de kaproen op het hoofd, maar anders in volle wapenrusting. Neen, tóch niet. Zonder zwaard; de breede scheede hing leeg langs zijn zijde. Een gevangene!.... En de rechterarm in een slinger. Een gewonde dus. Uitdagend en norsch keken zijn oogen onder borstelige wenkbrauwen de straat op;elk huis, elke deur, elk raam monsterde hij. Niets ontging hem.

Roswitha trof ook een blik.

— Die zint op middelen om zijn gevangenschap niet lang te laten duren," dacht zij.

Achter hem nog genooten van zijne gevangenschap, minder

Sluiten