Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VERHOUDING TOT HET RIJK.

21

spraak. In de 15de eeuw evenwel, en in den aanvang der 16de in nog sterker mate, tracht zicht het Rijk te herstellen en nieuw te organiseeren: in een groot deel der Duitsche landen, tot in het oneindige verbrokkeld, wordt dan levendig de behoefte gevoeld aan een macht die de tallooze, steeds tegen elkander gewapende kleine potentaten noodzaken kan den vrede te bewaren, en hun krachten vereenigt tegen de van het Zuidoosten snel voortdringende Turken. De Nederlandsche gewesten blijven aan deze hervorrningsbeweging vreemd; bier is het de Bourgondische macht die aan de wanorde der verloopen feodaliteit perk stelt, zoodat men geen inmenging van een rijksgezag begeert: Van wederaanknooping der banden met het Rijk verwacht men hier nieuwe lasten en weinig lusten. Het Rijk daarentegen is op de betrekking tot zoo welvarende landen, rijker dan eenig ander deel van Duitschland, zeer gesteld. Van 1431 bestaat een matrikel of register, waarin de rijksdag alle rijksleenen op een zeker getal van manschappen gesteld heeft, tot een heervaart tegen de Hussieten in Bohème. Filips de Goede staat er, voor zijn rijksleenen behalve Brabant, Holland en Zeeland, uitgetrokken op 400 lansen; Brabant op 200, Holland en Zeeland te zamen op 200, Gelder op 50, de bisschop van Utrecht op 50, de heeren van Batenburg, Kuilenburg, Buren en van de Lek ieder op 5; de laatste vier waren baanderheeren, heeren die nog een eigen banier voerden, hun goed nog niet aan een graaf, hertog of stift hadden opgedragen en zich alleen ondergeschikt achtten aan het Rijk. Het blijkt uit niets en ishoogst onwaarschijnlijk dat die troepen inderdaad gezonden zijn; de Nederlandsche vorsten lieten zich in dezen'tijd niet dan bij uitzondering, en dan slechts als naburen van het Rijk, op de rijksdagen vertegenwoordigen, en zullen düstot de samenstelling der matrikel niet hebben medegewerkt. Sedert zijn meermalen pogingen aangewend om het Rijk een organisatie te geven, en het, ter vertegenwoordiging in rijksbestuur en rijksgericht, in kreitsen (kringen) te verdeelen; elke kreits zou maatregelen treffen tot handhaving van den landvrede binnen zijn grenzen. Een eerste ontwerp van den Roomsch-koning Albrecht II (1438) deelt het Rijk in vier kreitsen in; de Nederlandsche gewesten maken met Keulen, Paderborn, Munster, Berg, Gulik en Kleefden derden of WestfaalschBelgischen kreits uit. Doch het is ontwerp gebleven. In 1493 werd de weduwnaar van Maria van Bourgondië, Maxmiiliaan van Oos-

Sluiten