Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VERHOUDING TOT HET RIJK.

25

houding der bepalingen van het verdrag van Augsburg weinig prijs meer.

Gaan wij de landschappen na die in den Bourgondischen kreits vereenigd werden, dan vinden wij er Nederlandsche onder en niet-Nederlandsche. Genoemd worden de hertogdommen Lothrijk, Brabant, Limburg, Luxemburg, Gelder; — de graafschappen Vlaanderen, Artois, Bourgondië (Franche Comté), Henegouwen, Holland, Zeeland, Namen, Zutfen en Charolais; — het markgraafschap van Antwerpen of van het Heilige Roomsche Rijk; — de heerlijkheden Friesland, Utrecht, Overijsel, Groningen, Valkenburg, Daalhem, Salins, Mechelen en Maastricht. Van deze lagen Franche Comté, Charolais en Salins op tamelijken afstand van de Nederlanden, waartoe zij niet werden gerekend; het waren de Duitsche rijksleenen die Filips de Stoute uit de erfenis van het oudere, in 1361 uitgestorven Bourgondische huis had verkregen. Van de overige titels was die van Lothrijk een denkbeeldige en duidde geen werkelijke provincie aan; Valkenburg en Daalhem waren in 1544 met een derde in het verdrag van 1548 niet genoemde heerlijkheid, 's-Hertogenrade, als „landen van Overmaze" administratief bij Limburg gevoegd; Maastricht werd door Brabant bezeten in gemeenschap met Luik en was geen gewest op zichzelf. In de overblijvende zeventien titels heeft Wagenaar op voorgaan van Bor en van Meteren de namen meenen te herkennen van de zeventien provinciën van Karel's Nederlandsen gebied. Dat het er zeventien waren was ieder zich bewust; de geuzenliederen spreken van dit getal (ras, seventien provincen, stelt u nu op den voet), en als in 1578 de Staten-Generaal een wapen kiezen, laten zij hun ldimmenden leeuw zeventien pijlen omvatten, „signifiant les dix-sept provinces". Het begrip provincie sloot echter de afzonderlijke bewilkging van beden door een eigen Statenvergadering inf en dus afzonderlijke vertegenwoordiging ter Staten-Generaal, die niets waren dan een gecombineerde vergadering der provinciale Staten. Hieraan voldoen van de door Wagenaar opgetelde zeventien het markgraafschap Antwerpen en het graafschap Zutfen niet. Antwerpen was bij Brabant ingelijfd en was een der vier groote steden die in de Staten van die provincie vertegenwoordigd waren; Zutfen was vertegenwoordigd op den Gelderschen landdag. Om uit te maken welke dan de zeventien zijn, moeten wij nagaan welke gewesten een voltallige ver-

Sluiten