Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

28

DE STAAT VAN KABEL V.

rnige landen was het twijfelachtig of zij erfelijk waren inde vrouwelijke lijn; in andere was het recht van representatie onbekend, d.w.z. de opvolging kwam er niet toe aan kinderen van een persoon die zelf geen regeerend vorst was geweest; zoo zouden dus de kinderen van Füips, ware hij vóór zijn vader overleden, van de regeering uitgesloten zijn geweest, en eveneens de kinderen van een vóór Karei gestorven broeder of zuster. De Keizer nam advies in van de hooge rechterlijke coüegiën: Grooten Raad van Mechelen en Kanselarij van Brabant, en deelde hun gunstig oordeel aan de Staten der provinciën mede, die geen bezwaar maakten. Den 4<ien November werd het nieuwe erfrecht afgekondigd, te Antwerpen, ten overstaan van de daar bijeengeroepen Staten-Generaal. Het is vervat in eene Pragmatieke Sanctie, zoo genoemd omdat zij gegeven werd door den Keizer uit eigen gezag. In de inleiding wijst de Keizer op het groote belang voor deze landen, „qu'a 1'avenir ils demeurassent toujours sous un même prince, pour être tenus en une masse." Daarom heeft hij, op advies der koningin van Hongarije, der prinsen van den bloede, der vliesridders, der drie raden, en met toestemming van de Staten der provinciën, doch op eigen gezag als Keizer en als vorst der afzonderlijke gewesten, bepaald dat voortaan representatie zal plaats hebben tot in het oneindige, in rechte en zijlinie, zoowel van vrouwelijke als mannelijke nazaten „en tous nosdits pays patriomoniaux d'embas et de Bourgogne." Dit stuk is mede onderteekend door een aantal hooge edelen en staatscoUegiën, en ook, den 14<ien December 1550, door den Roomsch-koning Ferdinand. In de provinciën waar een ander erfrecht gegolden had, bleef dit voor bizondere personen in wezen.

Intusschen was in de zomermaanden Filips van stad tot stad getrokken en alom gehuldigd; de gebruikelijke eeden die anders eerst na den dood van den voorganger werden afgelegd, werden nu reeds bij diens leven door den opvolger aan zijn toekomstige onderdanen, en door dezen aan hun toekomstigen vorst gezworen. — Het aanzien en de vastheid van den staat der Nederlanden hadden door deze nieuwigheden niet weinig gewonnen.

De Nederlanden, dit was thans reeds de gangbare benaming geworden. Oudtijds had de Bourgondische regeering deze landen vaak genoemd tws pays de par dega, onze landen van herwaarts over, in tegenstelling van het verafgelegen Franche Comté; zoo

Sluiten