Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

40

DE STAAT VAN KAKEL V.

een aantal privilegiën verkocht voor geld. De kwitanties daarvoor zijn soms nog in de stadsarchieven over.

Eerst recht veelomvattend wérd de regeeringstaak, sedert de Bourgondiërs zich ten doel gingen stellen de onderscheiden gewesten samen te voegen tot één rijk. Hun soldeniers, hun ingrijpende a<iministratie maakten het regeeren voor hen zeer duur. De buitengewone beden vermenigvuldigden zich, worden eindelijk jaarlijksche beden. De onderzaten gevoelen zelf de voordeelen van een goed georganiseerden staat, en brengen het geld op. Er ontwikkelt zich onder den drang der nieuwe omstandigheden, en bevorderd door de herlevende studie van het staatsrecht uit den Romeinschen keizertijd, een monarchistisch gezinde leer dat beden niet geweigerd mogen worden zoodra de vorst ze werkelijk behoeft. In Frankrijk slaagt de vorst er reeds in, de buitengewone bede door een ééns voor al bewilligde jaarlijks te heffen grondbelasting te vervangen (perpetüalisatie van de taille, 1439); de opbrengst wordt bestemd tot onderhoud van een nu definitief georganiseerd staand leger (15 compagnies d'ordonnance, ieder Van 700 man ruiterij, 1445; francs-archers, één op vijftig haardsteden, voetvolk, 1448). De Bourgondische vorsten arbeidden voor hetzelfde doel.

Men kwam daarbij in strijd met een aantal privilegiën, afgedwongen aan vroegere zwakkere regeeringen. Na een oproer werden zulke privilegiën dikwijls verbeurd verklaard; eigenhjk bonden zij ook niet de opvolgers van den vorst die ze verleend had. Ieder nieuw landsheer moest ze weder bij zijn inhuldiging bezweren, wilden zij geldig blijven; hij kon daarbij uitzonderingen maken en zoo privilegiën doen vervallen. Bekend is het voorbeeld van het Groot Privilegie van Vrouw Maria, dat door Filips den Schoone niet opnieuw bezworen werd. Sedert onthield zich de regeering zooveel doenlijk van het toestaan of bevestigen van voorrechten waarvan het te voorzien was dat zij ze niet immer zou kunnen eerbiedigen. Zoo veel doenlijk, d. w. z. niet altijd. Zoo stond Karei V, om het overgaan van Utrecht, Groningen en Gelderland te vergemakkelijken, toe dat zij zich overgaven op capitulatiën, waarbij al de privilegiën die de onderzaten van hun afzonderlijke landsheeren hadden verkregen, bevestigd werden. In de Geldersche capitulatie stond uitdrukkehjk dat de Keizer de ingezetenen niet met schattingen zou bezwaren, waarin niet door bannerheeren, ridderschap en steden, deugdelijk en naar ouder ge-

Sluiten