Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOORREDE.

De verschijning van dit werk, het derde deel der genealogische en heraldische gedenkwaardigheden, heeft langer op zich laten wachten, dan gedacht werd in Augustus 1919, toen het ter perse werd gelegd. De voornaamste oorzaak hiervan zijn wel de moeilijkheden, die de uitgever ondervond bij het doen drukken tengevolge van de steeds hooger wordende eischen van drukkerspatroons en gezellen. Doch eind goed al goed, het werk is thans gereed en blijkt zijn voorgangers Utrecht en Zeeland aanzienlijk in omvang te overtreffen, wat geen wonder is, als men bedenkt, dat de beschrijvingen van de groote kerken te Rotterdam, Dordrecht, Gouda, Leiden enz., ieder op zich zelf reeds een boek vormen.

Verhoudingsgewijze, ten minste dit zou men zoo zeggen, is in Zuid-Holland niet zooveel verwoest als in Zeeland, maar toch zijn ook ujt deze provincie verschillende staaltjes van ergerlijke verwaarloozing en gebrek aan piëteit te vermelden. Toen ik de kerk te Capelle aan den IJssel bezocht, zeide men mij: „U is juistl te laat; de zerken zijn vier maanden geleden aan een handelaar] uit Rotterdam verkocht". De grafsteenen in de kerk van Zuidland, waar ik nog vóór den brand was, en die alle bewaard bleven, heeft een kerkvoogd-timmerman moedwillig doen vernielen; van het door mij in 1917 beschrevene is niets meer over. Te Bodegraven heeft men ook vreemd omgesprongen met de zerken, — het monument in de kerk te Geervliet vergaat langzaam maar zeker, — de tombe in de kerk te Oosterwijk ligt in een turfkelder, enz. enz., en het meest ergerlijke is, dat die vernieling niet het gevolg is van force majeure, als b.v. te Alphen a. d. Rijn, Goedereede, Nieuwenhoorn, Schipluiden e. a., waar de kerk afbrandde, maar van moedwillige verwaarloozing van de zijde der kerkbesturen.

Sluiten