Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gouda.

279

Aan weerszijden- hiervan in wit marmer acht kwartieren (de wapens uitgekapt):

Van Bever- Standert Le Gillon Balestel ni nek

Van Vogelen Hohenstein Le Martin Le Payen

Loncq Du Haussart Hooft Van Diemen

VanderStael Hellincx Haeck Fabri.

363. In den muur aan de noordzijde van het hooge koor ziet men een steenen monument. Bovenaan een groene boom.

Daaronder op een groot schild eene zittende vrouw met een rood boek in haar rechterhand; de linker rust op een schaap. Bovenaan het jaartal 1651 en daaronder boven het hoofd der vrouw een groene krans.

Rechts boven een slang, die een tak inslikt, links een zilveren duif.

Op de borst der vrouw leest men: Rom. cap. 15 vers 4, 5, 6. Onder de slang een wapen, gedeeld: I. op zilver twee beurtelings gekanteelde roode dwarsbalken; II. op zilver een groene halm met- drie gouden korenaren op een groenen grond. Onder de duif een wapen in ruitvorm: op blauw een roode dwarsbalk, vergezeld boven van eene zilveren duif en beneden van een loopende zilveren hagedis. Op linten aan weerszijden:

Martinus Herculan' Bloncq M.D. Adriana Arnoldi Junia. Onderaan: Lyd en Myd. Een doodshoofd en twee gekruiste doodsbeenderen. (Vgl. de zerk sub no. 184.)

Naast dit monument leest men op het eikenhouten hek van een kapel:

Sacellum Dni Aemilii Cool, ejusque conjugis Dnae Elisabethae de Ruitenburgh.

Ego in justitia contemplabor faciem tuam, satiabor cum evigilavero imagine tua. Psal. XVII. vs. XV.

Sluiten