Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

16

waard en kon verkregen worden door de uitwateringssluizen te openen in de Merwede- en Lekdijken en in de Lingedijken en door die dijken door te steken. Sommige sluizen moesten van ebdeuren worden voorzien om te beletten dat het ingelaten water bij lage buitenwaterstanden weer weg zou stroomen.

Het stellen der inundatiën werd eerst bemoeihjkt door de boeren, die zelfs de poorten van Gorinchem gewapend bezetten. Maar toen de veldmaarschalk Wirtz met zijn troepen 19 Juni in de stad gekomen was werden eenige oproermakers gevat en later gestraft. Dienzelfden dag werden de sluizen te Dalem en in den linker Lingedijk en den volgenden dag die in den Lekdijk bij Ameide en in den rechter Lingedijk geopend, om zoodoende een deel van de Tielerwaard en de Vijfheerenlanden onder water te zetten. Toch bleef de inundatie onvoldoende, daar de boeren ze aftapten, waarschijnhjk bij lage buitenwaterstanden aan den Arkelschen Dam op de Linge, enz. Wirtz, die geen kennis had van den waterstaat in deze strekenen ook geen deskundigen ter beschikking had, deed daarop 25 Juni den Lekdijk bij Langerak en den Nieuwendijk (Merwededijk, bier inlaagdijk van 1593) tusschen Gorinchem en Schelluinen doorsteken. Hierdoor moest nu ook de Alblasserwaard worden overstroomd, maar niet geheel, daar de inundatie begrensd werd (volgens Sypestein en de Bordes) door den (daartoe opgewerkte?) Damsche weg van den Giesendijk bij Giesen-Ouderkerk tot den Vuilendam in de Alblas en voorts door de kaden langs den boezem van de Overwaard tot het Ebhout. Maar de boeren tapten het inundatiewater op den boezem van de Nederwaard af, hoewel Wirtz een tweede doorsnijding in den Merwedijk had laten maken. Midden Juh echter werd door westewinden het buitenwater hoog opgezet, waardoor zooveel water naar binnen stroomde, dat Wirtz dammen in de dijkopeningen het maken, die zoo noodig in korten tijd konden opgeruimd worden. Een streng plakkaat van den Prins van Oranje bedreigde bovendien de waterafleiders met den dood, terwijl de Appelmansbrug gestopt werd, door welke het water uit den Schelluinschen Vliet op de Giesen afvloeide en dan waarschijnhjk aan den Giessendam werd afgetapt. Daarna bleef de onderwaterzetting behoorlijk gesteld.

Door deze inundatie voerden slechts twee toegangen, de rechter Merwedijk en de linker Lekdijk.

De eerste werd afgesloten door de vesting Gorinchem, die evenals bijna alle andere zeer vervallen was, terwijl de grachten grootendeels toegeslibd waren. Eerst toen Wirtz er met zijn troepen was aangekomen, kon daaraan met eenige kracht worden gearbeid, hoewel de burgerij niet zeer gewillig was en de boeren daartoe moesten worden gedwongen. Burgerij en regeering werkten weinig mede. Omstreeks 7 Juh waren de werken in vrij goeden staat van verdediging.

De bezetting, in 't begin nagenoeg alleen bestaande uit de troepen die Wirtz had meegebracht, was ongeveer 1200 man infanterie en 1500 man

Sluiten