Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

17

cavalerie sterk, — niet geheel voldoende voor de verdediging, nadat nog eenige kompagnieèn, daarvan aan Bommel, 's Hertogenbosch, enz. waren afgegeven. Die troepen werden slecht betaald; voor de cavaleristen in 't bijzonder was het daardoor moeilijk om hooi voor hun paarden te koopen, wat tot veel plundering bij de boeren, enz. aanleiding gaf. Langzamerhand kwam hierin verbetering; 1 Okt. was de bezetting gebracht op 49 kompagnieèn.

Ook met de bewapening was het in den beginne zeer slecht gesteld: er was te weinig geschut en voor de meeste stukken waren geen affuiten voorhanden; ook was er groot gebrek aan ammunitie, vooral aan kruit, lood, enz. Hoewel de vijand 30 Juni de stad had opgeëischt, duurde het nog wel een paar maanden, vóórdat in een en ander naar behooren voorzien was.

De Lekdijk werd afgesloten door een werk te Ameide, dat dwars over den dijk gelegd was en van 2 rijen palissaden voorzien. Bovendien waren nog twee traversen op den dijk tusschen Ameide en Nieuwpoort gelegd. Deze laatste plaats was toen nog een open stad, die eerst in 1673 versterkt werd.

Ter verdediging van de rivier vóór Gorinchem werden twee buisconvooiers uit Dordrecht gezonden met zwaar geschut bewapend, die echter teruggenomen moesten worden toen de vorst inviel. Er bleven echter nog 8 uitleggers, de grootste bewapend met 6 stukken geschut en 2 zoogenaamde schrootjes, bij Werkendam eerst 1, later waarschijnhjk nog 4 vaartuigen met 16 of 18 stukken. Op de inundatie tusschen Lek en Merwede en tusschen de Waal en 's Hertogenbosch waakten bovendien 24 Groenlandsche sloepen.

c. Tusschen de Lek (bij Schoonhoven) en den Hollandschen IJsel (bij de Goejanverwellesluis).

Deze inundatie werd gesteld door het onderwaterzetten van de Loopikerwaard (in geografischen zin, dus boven de Vhst) en van de Krimpenerwaard daarbeneden.

Het doorsteken van den Lekdijk boven Schoonhoven werd eerst verhinderd door de boeren, die in grooten getale op den dijk de wacht bielden en dreigden Schoonhoven in brand te zullen steken. Maar toen Louvignies met zijn troepen 19 Juni binnen die stad kwam, werden met hulp van de gewapende macht 3 doorsnijdingen in den Lekdijk gemaakt. Een week later echter waren de polderslooten in de Loopikerwaard zelf nog niet geheel gevuld en Louvignies, bevreesd dat de vijand, die reeds Oudewater bezet had, over Haastrecht verder zou voortrukken en Schoonhoven in den rug zou aanvallen, vroeg aan de Staten van Holland vergunning ook de Krimpenerwaard te doen overstroomen door ook den dijk beneden Schoonhoven door te steken. Hij ontving daartoe dadelijk machtiging en hoogstwaarschijnlijk is op die wijze toen ook de Krimpe-

GBSCHIEDKUNDIGE ATLAS.

2

Sluiten