Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

24

als hij die ergens bereikt had. Weesp had toen echter geen verdedigingswerken en er werden daarom op voorstel van Amsterdam van 11 Juh aan den Prins van Oranje verschansingen gemaakt op de wegen naar Utrecht (over Abkoude) en Naarden (over Uitermeer). Eerst in Mei 1673 werd een aanvang gemaakt met de bevestiging der stad.

In Augustus heeft Prins Maurits nog een verschansing aan de Geinbrug, het punt van samenkomst van Gein, Gaasp en Smal Weesp, doen opwerpen, om te voorkomen, dat zijn stelling zou worden omgetrokken, als de vijand zich van het slot Abkoude mocht hebben meester gemaakt.

De Zuiderzeedijk en de Trekvaart met weg er langs van Naarden naar Muiden. Deze toegangen *) moesten worden verdedigd door Muiden. Maar de vestingwerken van deze plaats waren vóór de komst van Prins Maurits van weinig bet eekenis: een aarden wal met natte gracht en aan de noordzijde het Muiderslot.

Prins Maurits het dadelijk de wegen doorgraven die naar zijn posten leidden, maar veel meer kon hij niet doen met zijn weinige vermoeide troepen bij gebrek aan arbeiders. Met hulp uit Amsterdam deed hij op den zeedijk een hoornwerk met blokhuis maken. Niet voor het volgend jaar werd met de uitvoering der werken ter verbetering der vesting zelve begonnen.

Slechts 500 a 600 man infanterie en ongeveer 1400 man cavalerie, waarvan 300 Spaansche ruiters, was de macht sterk, waarmede de grijze bevelhebber 19 Juni te Muiden kwam en waarmede hij de stelling tot Abkoude moest verdedigen. Met „dit weinige en onbetaelt en verdeeld volck" kon hij niets doen, zoo schreef hij aan de Staten van Holland en al die cavalerie was hem slechts tot last, daar de ruiters (behalve de Spaansche) weigerden dienst te voet te doen. Prins Maurits schreef dan ook 27 Juni aan de Staten, dat als hij geen versterking kreeg: „soo sal 't geen wonder sijn dat UED. Gr. Mog. vernemen moghten dat mijn ende het hoopie volck de hals sal gebroocken wesen, want niet gedencke te loopen of de plaats sonder ordre te verlaten I"

Amsterdam hechtte veel gewicht aan het behoud van Muiden, vooral zoolang de buitenwerken rondom die groote stad nog niet in orde waren. Het hielp daarom met troepen, wapens, munitie, geschut en geld. In de eerste dagen van Juli was de bezetting van Muiden ca. zeker reeds 1000 man infanterie sterk; op 1 Okt. waren de garnizoenen van Muiden 17, Weesp 7, Hinderdam 1, Akboude 2 kompagnieèn sterk, terwijl Amsterdam dikwijls met troepen te hulp kwam bij het doen van ondernemingen.

Maar in de eerste maanden was de krijgstucht nog slecht; de soldaten plunderden en roofden paarden, koeien, enz., en braken huizen af, te Weesp stalen zij het lood van de daken. PrinS Maurits vroeg telkens om een scherprechter, daar hij anders geen orde kon houden, — alles grootendeels het gevolg van slechte betaling en verzorging.

*) De laatste wordt door Sypestein en de Bordes niet als zoodanig genoemd.

Sluiten