Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

37

lang dapper verdedigd had en den vijand groot verhes had toegebracht, er zich eindelijk meester van door middel van handgranaten, — van de matrozen waren er 13 gesneuveld, terwijl de kapitein, zijn luitenant en 12 matrozen krijgsgevangen werden gemaakt. Daama werden Waverveen en Botshol*) uitgeplunderd en verbrand.

Op een anderen tocht wisten de Franschen over de inundatie voorbij het slot Abkoude te komen en staken het dorp in brand, maar bij een tweeden aanslag werden hun door de inmiddels versterkte bezetting van het slot 30 gevangenen afgenomen.

Intusschen was het vertrouwen van den opperbevelhebber in zijn leger zoo gestegen, vooral na den wel is waar mislukten aanslag op Woerden, dat hij besloot tot den aanval over te gaan en in een krijgsraad, 17 Okt. te Gouda gehouden, waarin de generaals en de admiraal de Ruyter tegenwoordig waren, werden reeds de maatregelen vastgesteld die genomen moesten worden, als hij den vijand buiten de grenzen der Republiek zou gaan aantasten. Toch moet dit een waagstuk genoemd worden, vooral met het oog op den naderenden winter en de mogehjkheid van het bevriezen der inundatiën; het werd dan ook door velen in den lande niet goedgekeurd.

De troepen voor bedoelde onderneming bestemd werden te Rozendaal in Noord-Brbaant samengetrokken en waren volgens sommige schrijvers 23000 man sterk, grootendeels cavalerie. De Prins van Oranje kwam daar 7 Nov. aan, o. a. vergezeld van de Louvignies en Beverningh en trok den volgenden dag de grens over naar Maastricht. Reeds 3 dagen daarna werden 5 infanterieregimenten, voorloopig naar Bergen op Zoon, teruggezonden, waarschijnhjk omdat zij hinderlijk waren bij den voorgenomen snellen opmarsch.

Vóór zijn vertrek had de Prins van Oranje aan den veldmaarschalk Wirtz het opperbevel overgedragen behalve over zijn positie van Gorinchem over Heusden en Geertruidenberg, Schoonhoven en den post van den Graaf van Hoorn te Goejanverwellesluis en aan den veldmaarschalk Prins Maurits van Nassau over de strijdkrachten van Muiden tot Nieuwerbrug. De Graaf van Königsmarck werd tot bevelhebber van het kwartier te Bodegraven en de markies van Westerloo als zoodanig te Schoonhoven aangesteld.

Kort daarna, n.1. 26 Nov., trok een afdeeling Franschen, sterk 800 man infanterie en 200 man cavalerie, uit Utrecht en deed den volgenden dag een aanval op den post bij Ameide, die spoedig veroverd werd, zoodat Wirtz, die met troepen te hulp snelde, den post verlaten en Ameide uitgeplunderd en verbrand vond. De Franschen hadden 60 gevangenen gemaakt en meegenomen; zij hadden ongeveer 20 gesneuvelden en 7 ge-

x) Botshol, later geheel verveend, was eigenlijk geen dorp, zooals Sypestein en de Bordes het noemen, maar een heerlijkheid waarin verspreide huizen.

Sluiten