Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

44

Luxembourg had ook getracht Holland door te veel water te dwingen.

Hij had in Sept. 1672 twee openingen in den Lekdijk laten maken, één te Vreeswijk en één 1/i uur daarbeneden, waardoor aanvankelijk veel water naar binnen stroomde. Maar Holland stond toch reeds voor een groot deel onder water en het overtollige kon men steeds op de Zuiderzee en het IJ aftappen 1). Weldra kwam er door de lage rivierstanden eenigen tijd geen water meer naar binnen. In Juni 1673 werd de eene opening door de regeering van Utrecht, de andere door die van IJselstein gedicht.

In den loop van het jaar 1673 werden vele der bestaande verdedigingswerken verbeterd of door geheel nieuwe vervangen, enkele geheel nieuwe gemaakt of althans begonnen.

Zoo werd Nieuwpoort, toen nog een geheel open landstadje, van vestingwerken voorzien ingevolge bevel van 15 Juh 1673. Een geheel nieuw fort werd gemaakt aan den Rijn, aan het einde van de Enkele Wierikke, dat aan de Goudsche sluis werd door een geheel nieuw vervangen, terwijl dat aan de Nieuwerbrug geheel werd veranderd. Schoonhoven kreeg 5 nieuwe bastions, Gouda een ravelijn vóór de poort naar Schoonhoven. Aan het Woerdensch Verlaat werd een nieuw werk gemaakt ingevolge Resolutie van de Staten van Holland van 30 Maart 1673, op verzoek van de regeering van Amsterdam. In plaats van het bij de bezetting van Nieuwersluis opgeworpen verdedigingswerk werd een geheel nieuw fort aldaar gemaakt, waarmede de regeering van Amsterdam belast was. Het was een groot fort, aan weerszijden van de Vecht gelegen, met grachten omringd die daarmede in gemeenschap stonden en met veel zwaar en lichter geschut bewapend, ten deele door Amsterdam gezonden. In plaats van de werken te Hinderdam en te Uitermeer werden nieuwe forten gemaakt en daarin barakken, magazijnen, wachthuizen, enz. gebouwd. Dit geschiedde door de zorg van de regeering van Amsterdam evenals de bevestiging van Weesp en van Muiden, die door Gecommitteerde Raden was bevolen. Een groot werk vóór de Naarderpoort te Muiden werd uitgevoerd onder toezicht van de gecommitteerden Manson en Nicolaas Tulp, burgemeester van Amsterdam, die uit eigen middelen de gelden daarvoor voorschoot.

Het vermeerderd zelfvertrouwen in de Repubhek en de wreedheden door de Franschen bedreven deden meer en meer den wensch ontstaan aanvaUenderwijze te werk te gaan om den vijand uit het land te verdrijven. Daartoe werd dan ook op voorstel van Amsterdam in de vergadering der Staten van Holland van 11 Jan. 1673 besloten.

Een korps infanterie en cavalerie zou worden bijeengebracht, ongeveer 7800 burgers uit de steden en 16000 huisheden zouden zich bij de eerste oproeping te Leiden, Amsterdam en Gouda moeten vereenigen zoodra dé

*) Niet ook op de Noordzee, zooals Sypestein en de Bordes zeggen.

Sluiten