Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

45

vorst inviel, maatregelen werden genomen voor de voeding, het vervoer, enz., waarmede 4 gecommitteerden werden belast.

Een plan, vooral door Amsterdam voorgestaan, om Naarden te nemen, een leger op de heide aldaar te verzamelen en Utrecht aan te tasten kwam niet tot uitvoering, maar toen het begin Februari weer begon te vriezen trok de Prins van Oranje een legermacht te Alfen samen om over het ijs een aanval op Utrecht te gaan ondernemen. Spoedig daarop echter viel de dooi in en daardoor werd ook van de uitvoering van dat plan afgezien.

Het bevel over de troepen in en achter de Hollandsche waterlinie werd intusschen gewijzigd. Prins Maürits van Nassau kreeg in April 1673 het opperbevel over de troepen in de noordelijke provincieën met Rabenhaupt in Groningen en Bn. van Aylva in Friesland onder zijn bevelen; in zijn plaats kwam de veldmaarschalk van Waldeck, dus belast met het bevel van Muiden tot Nieuwerbrug; de Graaf van Stirum werd commandant te Muiden.

In plaats van Wirtz, die met het opperbevel over de troepen in StaatsVlaanderen was belast, werd de Graaf van Hoom aangesteld.

Tegen den len Mei kreeg Condé het opperbevel over de Fransche troepen in en bij Utrecht en werd Luxembourg onder zijn bevelen gesteld.

Het lag niet in den aard van den Franschen opperbevelhebber om af te wachten en stil te zitten. Maar 23 Mei schreef hij zelf aan Louvois, dat de wateren nog altijd „si grandes" waren, dat hij geen kans zag er doorheen te komen. Wel deed hij een poging om de inundatiën af te tappen door 2 gaten in den zeedijk bij Muiden te doen maken en het afdammen van den Vaartschen Rijn en van de Vecht bij Utrecht, maar dat hielp zeer weinig, want door de sluisjes die zeer waarschijnlijk in die openingen waren gemaakt — daar anders het water bij eiken vloed naar binnen zou gestroomd zijn — kon vermoedelijk niet veel worden geloosd. Condé nam daarop de troepen terug, die hij bij den Muiderberg tot dekking van het doorsteken van den dijk had opgesteld en die ook vergeefs getracht hadden Muiden met loopgraven te naderen, daar hun dit onmogelijk gemaakt was door het vuur van de Nederlandsche uitleggers en batterijen.

Lodewijk XIV was inmiddels aan het hoofd van een leger van 40000 man de Spaansche Nederlanden binnengerukt, had een afdeeling daarvan naar Staats-Vlaanderen gezonden en was 10 Juni voor Maastricht gekomen, dat reeds door de Franschen was ingesloten en nu geregeld belegerd werd. Den 13en Juh werd het bij verdrag aan den Franschen koning overgegeven.

Daar men beducht was dat de Franschen daarna 's Hertogenbosch of Breda zouden trachten te nemen, werd door den Prins van Oranje een leger van 18000 man in de Langstraat bijeengetrokken, waarbij zich Spaansche hulptroepen zouden voegen. Condé stelde zich daarop bij Grave aan het hoofd van Fransche troepen en trok in Augustus naar Vlaanderen om de Spanjaarden in bedwang te houden, terwijl Luxem-

Sluiten