Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

626

DE RENAISSANCE IN FRANKRIJK.

vloed van Michelangelo, Alessi, Ammanati, en de Vlaamsche bouwkunst, de strengere volgt meer Vignola, Paladio en Scamozzi, en vindt vooral steun bij de Hugenoten.

In dit tijdperk van Lodewijk XIII verdwijnen ook de laatste overblijfselen van het feodale stelsel, en de koning met z'n raadslieden als Richelieu (1624—1642) en Mazarin (1643—1661) die trouwens een Romein van geboorte was, heerschen oppermachtig. Wat vooral onder Lodewijk XIV het geval is. De strenge richting is nu de eenige, want de Barok in de architectuur kon in Frankrijk slechts voor onderdeden, als vensters, portalen en lucarnen toepassing vinden.

De Laat-Renaissance eindigt dus in den stijl Lodewijk XIII, een gewild sobere, nuchtere baksteenbouw, met armelijke, onbeholpen en zware détails in natuursteen. Ook in het interieur breekt de strengere richting baan, die den Lodewijk XIV

stijl voorbereidt. Hout wordt meer en meer vervangen door pleister; figurale versiering vervangt het ornament en goud en kleur overheerschen.

9. OVERZICHT DER LAAT-RENAISSANCE MONUMENTEN.

De bouw van Louvre en Tuilerieën wordt voortgezet onder Hendrik IV, die door een zeer fraaie galerij de verbinding tusschen beide paleizen doet tot stand komen. Bouwmeesters zijn Baptiste en Jacques du Cerceau {f 1614), en Thibault en Louis Métezeau. Het Louvre-deel van Baptiste du Cerceau sluit aan bij het gedeelte van Jean Bullant en brengt de verbinding met de Tuilerieën tot stand.

Deze Louvre galerij is geheel afwijkend van opvatting, daar de groote orde door middel van telkens twee gekoppelde Korinthische pilasters doorloopt van den onversierden onderbouw tot aan de kroonlijst. Deze pilasterparen sluiten twee aan twee de vensters in, en zijn

Sluiten