Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXVII. DE RENAISSANCE IN DENEMARKEN EN ZWEDEN.

OOALS DE RENAISSANCE IN NEDERLAND LATER KWAM DAN in België, kwam ze in Denemarken later dan in Nederland. De Nederlandsche Renaissance, die zich langs de Noord- en Oostzeekust verbreidde, deed ook haar invloed gelden in Denemarken, waar de Renaissance een specifiek Hollandsch

karakter draagt. Een drietal bouwmeesters, Nederlanders van oorsprong, waren hier werkzaam, n.1. Hans van Steenwinckel de Oude (1541 —1601), Hans van Steenwinckel de Jonge (1587—1639) en zijn .broer Laurens van Steenwinckel (1585—1619). Beide laatsten waren leerlingen van Hendrik de Keyser.

Denemarken beleefde een tijdperk van bloei onder regeering van Christiaan IV (1596— 1648); onder zijn langdurige regeering komt het land na oorlogen met Zweden tot rust. Bovendien ondernam Christiaan vele belangrijke bouwwerken, voornamelijk kasteelen. Daar kasteelen in het Renaissance tijdperk in Nederland niet werden gebouwd, konden de Nederlanders in het Noorden monumenten bouwen, waarvoor in hun vaderland geen gelegenheid was. De Deensche Renaissance vertoont dan ook het kunnen van de Nederlandsche bouwmeesters evengoed of beter nog dan de Renaissance in Nederland zelf.

De meeste kasteelen in Denemarken werden gebouwd in opdracht en onder bemoeienis van de koningen. Toch Worden er ook vele gebouwd voor de grooten van het rijk; maar van deze bouwwerken is het grootste deel verbrand, gesloopt of tot onherkenbaar wordens toe verbouwd.

De kenmerkende details zijn zuiver Nederlandsch: kruisvensters met tympans, torenspitsen, topgevels met gebogen lijnen, klauwstukken met obelisken en het materiaal, mooie roode baksteen met lichte natuursteen. De dakbedekkingen zijn meestal van koper, nu fraai groen geoxydeerd; de sokkel is dikwijls van paarsch Zweedsch graniet. Daarentegen is de voorliefde voor hooge erkers weer Duitsch.

OVERZICHT DER MONUMENTEN. 2. Het slot Kronborg (1574—1585) bij Elseneur werd voor Frederik II gebouwd. Duitsche, zoowel als Nederlandsche invloeden deden zich gelden bij dit bouwwerk, dat geheel in natuursteen werd opgetrokken. De zware, ontoegankelijke, 4.—5 M. dikke buitenmuren maken een sterk verdedigbaren indruk; het bouwwerk beheerscht dan ook den doorgang door de Sont.

Daar, behalve als verdedigbare sterkte, het slot ook als bewoonbaar vorstenverblijf is ingericht, openen zich de gevels naar de binnenplaats van het in grondplan vierkant ontworpen gebouw; talrijke drielicht kruisvensters, afgedekt door frontons en topgevels met gebogen lijnen,* wijzen op Nederlandsche architecten: Hans van Steenwinckel de Oude,

Sluiten