Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

788

BAROK EN ROCOCO IN DUITSCHL., OOSTENR., Z WITSERL. EN TSJECHO-SLOWAKYE.

ingedeeld met pilasters en vensters met alle barokke kenmerken, terwijl de diep ingesneden lijsten op schaduwwerking zijn berekend. Aan de kapiteelen komen vaak vruchtenranken of draperieën voor tusschen de voluten.

De benedenverdieping is opgetrokken van groote blokken natuursteen, terwijl van de eerste verdieping de pilasters van dit materiaal zijn vervaardigd.

• Fig. 869. Slot te Rastatt. Vensters uit het • trappenhuis, 1728. •

Inwendig zijn de Laat-Renaissance betimmeringen vervangen door veel grover en lomper betimmeringen dan de gelijktijdige in Frankrijk of Italië, in Zuid- en Noord-Duitschland onder invloed van Italianen of Nederlanders.

Uitwendig is nog een voorkeur te constateeren voor smeedijzeren poorten en hekken, in barokken, maar meer nog Rococo vorm. 6. Van slothouw spreekt men in Duitschland als meer nog dan bij den paleisbouw, de uitbreiding wordt gezocht in horizontale richting, met langer vleugels, dus meer in den Franschen geest. Deze langgerekte plattegrond wordt overal aangetroffen,

Fig. 870. Dresden. Poortpaviljoen van de Koninklijke Zwinger, 1722.

Sluiten