Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

874

HET NEO-KLASSICISME. "

Vicenza. Graaf Otto Calderari (1730—1804) bouwt, behalve den gevel van de kerk S. Girolamo (1756), nog de Palazzi Bonini, Cardellina, Loschi, Salvi en het Casa Capra (1803), terwijl de vleugels van het Pal. Trissino (1819) en het Casa Lampertico van Fontana zijn. Malacarne bouwt in 1806 den Noordvleugel van Pal. Comunale en het Ospedale nuovo (1838).

Venetië. De schrijver van verschillende biografieën, o. a. over Sansovino, Palladio, Scamozzi en over de oudheden te Rimini, de bouwmeester Tommasso Temanza (1705-1789) ontwerpt hier de uitwendig ronde, inwendig 6-hoekige kerk Sta. Maddalena. Tevens werd hem de verbouwing van de Campanile op het St. Marcoplein opgedragen (1755).

Giovanni Antonio Selva (1753—1819) studeerde te Florence en Rome, en reisde naar Parijs en Engeland. Klassicistisch droog en eentonig in zijn opvatting, werd hij tot professor aan de academie benoemd en verwierf vele opdrachten, o. a. de kerken S. Maurizio en del Nome di Gesü, het Pal. Erizzo, en het teatro della Fenice (1806), dat, in 1836 afgebrand, geheel in den ouden vorm werd herbouwd.

In Verona is het huis Gaetano Vela van Selva; Giulio Barbieri is hier de architect van het Camposanto. Klassicistisch veranderd zijn de middeleeuwsche kerken S. Clemente en S. Francesco te Brescïa, waar ook genoemd moeten worden het door Canonica gebouwde teatro, en het in 1821 voltooide Camposanto, door Vantini. Canonica bouwt ook de theaters te Cremona en te Mantua. In klassicistischen geest werd ook de Universiteit te Pavia veranderd, die een prachtigen hof verkreeg, omgeven door bogengalerijen. In Padtta werken Temanza en Selva; van den eerste is de gevel van de Sta. Margareta, van den laatste het huis Vigo d'Azzero.

In Napels is Cosimo Morelli werkzaam aan paleizen; ook in i?ome en Bologna bouwt hij paleizen, en te Macerafa en Lugo kerken. Bekend is in Macerata het Pal. Ugolini. In Napels werd door Carlo Barabino het teatro Felice gebouwd, hetwelk een porticus kreeg van Dorische, op basementen geplaatste zuilen. Het Fig. 969. teatro S. Carlo, door. Antonio Niccolino in 1825 voltooid, was beneden rustiek, met een verdieping, gevormd als Jonische zuilenhal, waar boven een sobere attiek. Van Luigi en Stefano Gasse is het stadhuis (voltooid 1825).

De kerk S. Francesco di Paolo (1828) is een schepping van Pietro Bianchi. Gebogen zuilenhallen omvatten een groot plein; in het midden, achter een 8-zuiligen Jonischen porticus verrijzen de koepels, die geïnspireerd zijn op het Pantheon.

Eindelijk, als afkomstig uit het klassicistisch tijdvak, moeten nog genoemd worden: te Concoccezzo de kerk, door Cagnola; te Ghisalba een rondtempeltje, van denzelfden; te Inverigo een paleis, dito; te Monza de villa Reale, door Piermarini; te Possagno de ronde grafkerk voor Ca nova, met 8-zuiligen porticus en cassettenkoepel, met beeldhouwwerk van Canova zelf, 't geheel volgens ontwerp van Selva in 1819 door Fantolini uitgevoerd; te Spoleto de Dom, door Valadier; en te Urgano de toren, door Cagnola.

DUITSCHLAND, OOSTENRIJK EN HONGARIJE.

In Duitschland ontstond reeds zeer vroeg een strooming tegen de Rococo-architectuur. Winkelmann, Lessing, Schüler, Goethe, allen dringen aan op hervorming in strengeren zin, zooals dit reeds lang praktisch in Engeland en Nederland geschied was. In Duitschland echter bestond de klassicistische traditie niet, doch waren de architecten van de Renaissance zonder overgang vervallen in den Barok.

De reacüe tegen de Rococo-opvatting, de „Zopfstir, de Duitsche Lodewijk XVI-stijl, uit zich voornamelijk in de details, hiervoor reeds besproken, terwijl na de Fransche revolutie grooter eenvoud en soberheid, tot nuchterheid toe, de algemeene kenmerken werden. De vroege Dorische bouwkunst, zooals die te Paestum en

Sluiten