Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXXVIII. NEO-ROMAANSCH, NEO-GOTHIEK, NEO-RENAISSANCE, MODERNE BOUWKUNST.

E NEO-KLASSICISTISCHE BOUWSTIJL BLEEK VOOR DE NOORDELIJKE LANDEN

niet te voldoen. Eerstens stelde het klimaat andere eischen, en kon een bouwvorm, die ondereen Zuidelijken blauwen hemel door zijn kostbaar materiaal het volmaakte nabij kwam, onder de grijze wolkenluchten van het Noordelijker klimaat en uit minder kostbare materialen samengesteld, niet anders dan een zeer verschillend effect opleveren. Het volmaakt schoone kon alleen

bereikt worden door de klassieke vormen in hun tijd en hun omgeving. Het klassicisme bleef aan den Noordelijken volksgeest vreemd, die meer zich naar de middeleeuwsche vormen getrokken voelde, in tegenstelling met b.v. Italië, waar juist de middeleeuwsche vormen slechts met moeite vasten grond kregen.

Ten slotte drong ook tot de voorstanders van het klassicisme het bewustzijn door, dat een klassicistische gevel een vaak slecht passend kleed was voor de er achter gelegen ruimte, en veel minder vrij te behandelen was dan de middeleeuwsche vormen. Terwijl aan de academies voor bouwkunst de klassieke vormenleer als de ideale geleeraard werd en door de verstandelijke beredeneering eindelijk gevoel werd uitgeschakeld, ontstond hier een tegenkanting tegen de middeleeuwsche vormen, die zich uitte in een propagande voor de Italiaansche Renaissance.

Het gevolg was een hopelooze verwarring op bouwkunstig gebied, die nog vermeerderd werd door de kunsthistorische wetenschap, die zich ging ontwikkelen, en den bouwmeester als eerste eisch stelde een diepgaande kennis van historische stijlen.'

Frankrijk bleef de Italiaansche kunstrichting trouw. Toch was hier een geleerde werkzaam, voor wien de middeleeuwsche bouwkunst geen geheimen meer" had. De boeken van Viollet-le-Duc zijn nu nog van de grootste beteekenis. De schrij- •••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••*•••••••*■•••*•**** " •

Fig. 999. ver was praktisch werkzaam • als restaurateur van Gothische S kerken, en minder scheppend j kunstenaar. Naast Viollet-le- ! Duc's werken was ook Victor S Hugo's roman Nötre-Dame 5 de Paris (1830) van grooten • invloed.

In Engeland had zich de { Gothische bouwkunst steeds • naast de klassicistische weten S te handhaven. Bovendien was J hier een streven naar doel- j matigheid, rationalisme, dat J zijn vertegenwoordiger vond j in den schrijver Ruskin. Ook ' • in Duitschland vinden de S middeleeuwen een groot voor- j stander in Goethe, terwijl • Semper zich in zijn werken i doet kennen als een strever J

Fig. 997. Groszes Schauspielhaus te Berlijn.

Sluiten