Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

connecties onderhoudt met alle artiesten van zijn tijd. Niets van wat onder zijn tijdgenooten leeft ontgaat hem,, en ook aan allen deelt hij iets van zijn invloed, zijn autoriteit mede. Hij speelt waarlijk een rol in de universeele muziek. Bij iedere herleving van een nationale muziek: in Rusland, Frankrijk, Noorwegen, België, Spanje en Italië is zijn naam betrokken. Hij correspon* deert met de jonge Russen, Balakireff, Borodine, Rimsky*Kor* sakoff, met Moussorgsky, wiens „Kinderliederen" hij reeds in 1874 heeft gekend en bewonderd en omgekeerd interesseert Moussorgsky Liszt's persoon dusdanig, dat hij verklaart, dat Liszt het eenige is, waarvoor hij naar West*Europa zou willen komen. *) Saint Saëns wordt zijn dankbare discipel en trouwe voorvechter, die in zijn „Portraits" een levensbeeld van Liszt geeft en ons in zijn ouderdom nog bekent, dat „de herinnering aan Liszfs spel hem troost over zijn voorbije jeugd"

Hij correspondeert met Cesar Franck, Grieg, Smetana. Op den Spanjaard Albeniz heeft hij persoonlijk invloed en op den Ita* liaan Sgambati; om nog niet eens te spreken van den ideëelen invloed van zijn persoon en werk op latere jongeren, die hem niet gekend hebben. Tijdens zijn Weimarsche periode zet Liszt zijn bewondering voor Berlioz, Schumann, Wagner in daad om. Op het tooneel van de Hofopera komen Berlioz' „Benvenuto Cellini" in 1852, Wagner's „Tannhauser" in 1849, diens „won* dervolle Lohengrin" in 1850, de „Fliegende Hollander" in 1853 tot opvoering; verder Saint Saëns' „Samson et Dalila", Raff's „König Alfred", Schumann's „Genoveva", opera's van Rubin* stein, Hoven, Peter Cornelius. Zijn orchest vertolkt Berlioz' sym* phonieën: de Fantastique, Harold, Lèlio, „Romeo et Juliette", „Les Troyens", het oratorium „L'enfance du Christ", Schu* mann's muziek, symphonieën van Niels Gade, Hiller, Litolff, Stör, ongerekend nog de talrijke oude werken, vooral van Beet* hoven, die hij gaf. Hij organiseert een Wagnerweek, een Berlioz* week, en jaagt, om zijn bewondering voor Wagner, Berlioz tégen zich in het harnas, niettegenstaande zijn moeite Berlioz met Wagner te verzoenen. Liszt's Wagner*kampioenschap, een ge* hate „toekomstmuziek"«propaganda voor velen, deed echter de oppositie tegen hem groeien. Berlioz is hem reeds afvallig ge* worden, de Schumanns zijn ontevreden en de vriendschapsver* houding wordt vertroebeld vooral door de provinciale opvat* tingen van Clara Schumann, wier kwaadheid tegen Liszt zoo ver gaat, dat zij na den dood van Schumann van de aan Liszt op*

%) „Liszt verbaast mij in hooge mate," schrijft Moussorgsky aan Stassow. „Nooit had ik gedacht, dat de zoo zeer van groote gebaren vervulde Liszt de „Kinderliederen" waarlijk verstaan zou en waardeeren, laat staan over ze verrukt zou wezen."

93

Sluiten