Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ET KONINKLIJK CONSERVATORIUM VOOR MUZIEK DANKT ZIJN ONTSTAAN AAN EEN KONINKLIJK BESLUIT VAN 7 APRIL 1826, No. 125, WAARBIJ DE OPRICHTING BEVOLEN WERD VAN EENE MUZIEK- EN ZANGSCHOOL TE

's-Gravenhage. Terzelfder tijd en op denzelfden voet werden drie andere muziek- en zangscholen door Z.M. Koning Willem I opgericht in het toenmalige Rijk, en wel te Amsterdam, Brussel en Luik. De Amsterdamsche instelling werd een twintigtal jaren na hare oprichting opgeheven en zoo bleef slechts de Muziek- en Zangschool te 's-Gravenhage als de eenige van regeeringswege in het leven geroepen instelling van dien aard in Nederland over.

Het organiek besluit van het jaar 1826 luidde aldus:

„Wij WILLEM, bij de gratie Gods Koning der Nederlanden, Prins „van Oranje-Nassau, Groot Hertog van Luxemburg, enz., enz., enz.

„In aanmerking nemende de nuttigheid om mede in de Stad 's-Graven„hage eene behoorlijke gelegenheid daar te stellen tot het geven van „Onderwijs in de zang- en toonkunst; .

„Op de voordragt van Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken van „den 31 Maart 11. No. 114, na gehouden overleg met het Stedelijk Bestuur „van 's-Gravenhage,

„Hebben besloten en besluiten: „Artikel 1. — Er zal in de Stad 's-Gravenhage eene Muziek- en zangschool „worden opgerigt.

„Artikel 2. — Dezelve school zal staan onder toezigt van eene Commissie „zamengesteld uit vijf leden door Onzen Minister van Binnenlandsche „Zaken te benoemen.

„De burgemeester van 's-Gravenhage is van regtswege lid dier com„ missie.

1

Sluiten