Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

384

ZEVENDE HOOFDSTUK

4. De Kareliërs, die 1.644—1.654 m- lang zijn en wier schedelindex 82.0 bedraagt.

Onder de tweede groep zijn stellig veel afstammelingen van Germanen, die in den ijzertijd zijn gekomen en nadien Finsch zijn gaan spreken.

De kleur van haar en oogen verschilt tusschen Finnen en Zweden minder dan de schedelvorm en de lengte. Dat bij de Zweden de meerderheid langschedelig is, blauwe of grauwe oogen (80 %) en licht haar (53 %) heeft, past in het schema van het Noordelijk of Germaansch ras. Verrassend is het dat de meerderheid der Finschsprekenden blauwe of grauwe oogen (75 %) en licht haar (57 %) heeft. Zelfs bij de Kareliërs is dat ofschoon in mindere mate zoo. Brachycephalie bij een lichtharig en blauwoogig ras is een uitzondering in Europa.

De Tavasten zijn volgens Retzius sterk van gestalte, zij hebben breede schouders, krachtige ledematen en een helle huidskleur. Hun hoofd is gewoonlijk groot, kort en breed. Hun gezicht is groot en lang, met nogal sterke wangbeenderen. De neus is klein en tamelijk breed. De spleet tusschen de oogleden is klein en somwijlen scheef naar binnen. Het haar is dikwijls vlasblond, stijf, nooit gelokt. De baard groeit slecht en is dun en kort.

De Kareliërs zijn zwakker en smaller van gestalte dan de Tavasten, hun ledematen zijn zoo krachtig niet, maar hebben schoonere verhoudingen. Hun huidskleur is tamelijk donker, soms aschgrauw. Hun hoofd is niet groot en vrij kort. Hun neus is lang en niet zeer breed. De oogspleet is grooter dan bij de Tavasten en zeer zelden scheef. De wenkbrauwen zijn donker en sterk. Het haar is gewoonlijk gelokt. De baard groeit slecht. Sommige Karelische vrouwen zijn schoon. In Tavastland heeft Retzius geen mooie vrouwen ontmoet.

De Finsche taal, Suomen kieli — De taal der Finnen behoort tot den Oostzeetak der Finsch-Oegrische talen, waaronder het Lapsch, het Mordvinisch, het Tsjeremistisch, het Voljakisch, het Permisch en het Syrjeensch de Permische groep.

Sluiten