Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vrees toonen, maar Compaan zat inderdaad wel in de benauwdheid. Die Hollander scheen nergens bang voor te zijn, en dat hij goed vechten kon, had hij den vorigen dag metterdaad getoond. Neen, zulk een dichte nabuurschap was Compaan niet welkom, maar hij verborg zijn vrees en besloot, nu hij het met vechten niet had kunnen winnen, het eens met list te probeeren.

Hij schreef dus een grooten brief aan Admiraal Schram, waarin hij er zijn leedwezen over uitsprak, dat het den vorigen dag tusschen hen tot een vechten gekomen was. Hij was daarvan niet de aanlegger geweest, maar had het noode gedaan, omdat hij er dringend toe aangezet was door drie zijner officieren, die hun geld verspeeld hadden en verwachtten op de Hollandia een goeden buit te vinden. Hij hoopte, dat Admiraal Schram het hem niet ten kwade wilde duiden. De Hollandsche schepen mochten vrij ten anker komen, en hadden voortaan van hem niets meer te vreezen. Ja, alles,, wat hij bezat, stond ter beschikking van de Hollanders, en zoo dezen misschien zaken hadden, waarmede zij Compaan een genoegen konden doen, zou hij aHes tiendubbel betalen. Hij zou trachten zijn pardon te krijgen en dan een einde maken aan zijn zeerooverijen, en indien Admiraal Schram hem iets omtrent zijn pardon kon mededeelen, zou hij daar zeer dankbaar voor zijn. Hij was naar Siërra Leona gekomen, omdat hij vernomen had, dat daar vier Engelsche koopvaarders, rijkelijk beladen, voor anker lagen, en hij was voornemens geweest, die schepen te nemen, omdat de Engelschen hem zoo slecht behandeld hadden, en dan zou hij met het zeerooven opgehouden zijn. De schepen waren echter reeds vertrokken, zoodat hij te laat gekomen was. Het zou hem (Compaan) thans bijzonder aangenaam zijn, indien Admiraal Schram met zijn schepen bij hem voor anker wilde gaan, en dan zouden zij nieuwe vriendschap maken. Alles, wat er gebeurd was, moest vergeven en vergeten zijn, en als de Admiraal hem een bezoek wilde brengen, zou hij wel een halven dag met hem willen praten over het vaderland en over alles, wat zij in de wereld al beleefd hadden.

191

Sluiten