Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

107

Rijkskosten werd ook de Maasdijk van den Polder van Linden verhoogd tot 050 M. boven den hoogsten waterstand van 1920

Nauwelijks was in het voorjaar van 1923 de kade in beheer en onderhoud aan het waterschap „De Maaskant" overgedragen, of in den nacht van 6 op 7 Maart d.a.v. begon de Beersche Maas te werken en ontstonden er twee gaten, resp. 58 en 69 M. wijd, in de kade, welke op die plaatsen tot op het maaiveld wegspoelde.

De stand van de Maas was toen te Grave op 6 en 7 Maart resp. 10.74 en 10.65 M. + N.A.P., derhalve heel wat beneden de hoogte voor de overlaat vastgesteld. De kade moet dus sterk ingeklonken geweest zijn, anders had de overlaat niet kunnen werken.

De gaten werden in den zomer van 1923 definitief gedicht, en de overlaatkade werd tevens op hoogte gebracht. Om een herhaling van het gebeurde te voorkomen, werd al het versche grondwerk met krammatten bekleed. De kosten van al deze werken kwamen ten laste van het waterschap, De Maaskant2).

Zoo was dan de eerste stap tot dichting der Beersche Maas gezet. Thans hoopt men, dat er niet andermaal zoo heel lang gewacht zal behoeven te worden, maar dat spoedig de tweede stap, „de stap", gezet zal worden. Immers reeds in den winter 1924-1925 bleek, dat de ophooging van de overlaatkade in den Beerschen Maasmond tot 10.80 M. + NA.P. slechts een niet afdoend hulpmiddel is voor de opheffing van den ongelukkigen toestand, waarin het gebied van den Maaskant sedert zoovele eeuwen verkeert. Want reeds 5 November 1924 is de Beersche Maas gaan werken en de rivier bereikte te Grave een hoogte van 11.16 M. + NJV.P.8), zoodat de overlaat 30 c.M. overliep. Ongeveer de geheele Maaskant werd toen geïnundeerd en nu nog wel op een tijdstip, waarop men vroeger de zomersluiting nog mocht hebben. Dit was nu echter niet meer het geval, daar sedert de voorzegde ophooging van de overlaatkade, deze kade, ook des zomers, niet hooger meer mag worden gemaakt.

Juist door het vroege tijdstip der werking van de Beersche Maas was de daardoor veroorzaakte schade nogal aanzienlijk.

l) Verslag van den toestand der Provincie Noord-Brabant over 1922, bldz. 95. a) id. over 1923. bldz. 101.

3) Rivierbericht Provinciale en 's-Hertogenbossche courant van 6 Nov. 1924.

Sluiten