Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

164

de Wonderen der wereld.

in Brazilië wordt aangeduid als „real" of koninklijk, en alle zijn van gelijke hoogte. Het is juist deze verwonderlijke eenvormigheid, die de laan tot zulk een wonder van boomcultuur maakt. Zij wordt rechthoekig gekruist door de zoogenaamde „Allee van Palmen", die zich bijna twee duizend Eng. voet uitstrekt, en honderd twee en veertig boomen telt van een gemiddelde hoogte van vijf en zeventig Eng. voet. De tropische glans, die over de omgeving ligt, wordt nergens overtroffen en het luchtige spel van talrijke fonteinen en springbronnen neutraliseert voor een groot deel de vochtige hitte, die door de nabijheid van zuidelijken plantengroei in zulk een massa ontstaat. Helaas dat deze prachtvolle tuin, het merkwaardigste park op tuinbouwkundig gebied in de wereld, in werkelijkheid over het hoofd gezien wordt door de inwoners van Rio, die de drukke straten der stad en de aantrekkelijkheden van boulevard en café's schijnen te verkiezen boven dit statige park, tot welks verrijking de zeldzaamste schatten der natuur uit alle landen bijeen zijn gezocht.

De „Inca-Brug" in de Andes. De Rumichaca boog, nog algemeen bekend als de „Brug der Inca's", hoewel de Inca's niets te maken hebben gehad met den bouw, is een merkwaardigheid der natuur en overspant den. bruisenden stroom van de rivier Carchi, welke naam is gegeven aan den bovenloop van de Guaitara, die ontspringt op de Pastovoleano in Columbia en voor een deel de politieke grens vormt tusschen Columbia en Ecuador

Er bestaat een dergelijke boog, ook een gril der natuur, op den weg van Santiago naar Mendoza, in Chili, en merkwaardig genoeg is die ook bekend onder den naam van „Inca-Brug". De weg waarin hij voorkomt, was waarschijnlijk een weg naar één der nederzettingen, door de Peruviaansche Inca's gemaakt, die gebruik maakten van dit merkwaardig verschijnsel door hun weg over deze door de natuur gevormde viaduct te leggen.

De naam „Chaca" beteekent „brug" in de Quichua taal. Aan den voet van den nabijgelegen vulkaan van Cumbal stroomt de Rio Blanco, die door een rij trachiet-rotsen (trachiet is een wheldergrijs vulkanisch gesteente) loopt, waarvan de Rumichaca een deel is. De brug gaat over den weg tuschén Ipiales, in Columbia, naar Tulcan, in Ecuador, en wordt sinds vele menschenleeftijden door het volk van de streek in verband gebracht met de Peruviaansche Inca's. De rivier stroomt snel er onder door met een diepte van een negentig voet. De trachietische rotsgrond waaruit de brug bestaat, is een mengsel van kalkachtig bezinksel en vulkanische overblijfselen,- waarvan het eerstgenoemde bestanddeel een zeer hard cement vormt. Bij de „Brug" is een heel huis ontdekt, gebouwd uit blokken van dit kalkachtig cement, in de zon gedroogd, maar de historie ervan is onbekend. In de nabijheid wordt de beroemde „licamancha" gevonden, een witte koolverbinding, die zeer in vraag is voor het zetten van gebroken beenderen.

Inca-Ruinen, Ollantay-Tampu. — De groote Inca vesting van Ollantay-Tampu, ongeveer vijf en veertig Eng. mijlen ten Noorden van Cuzco gelegen, werd gebouwd om de Vallei van de Yucay te beschermen tegen de invallen der woeste Chinchos-Indianen, die woonden in de ondoordringbare wouden, bevloeid door de Amazone en haar zijrivieren. De kolossale muren, die voor het grootste deel gebouwd zijn van rood porphyr en een gemiddelde hoogte hebben van vijf en twintig Eng. voet, maken dat dit oude fort de vergelijking kan doorstaan met de machtigste gebouwen der oudheid in de Oude Wereld. Squier heeft Ollantay-Tampu vergeleken bij de kasteelen aan den Rijn. De vergelijking gaat slechts in zoover op, dat de Peruviaansche vesting, evenals de meer schilderachtige vestingen van Duitschland, op een duizelingwekkende hoogte is gelegen, die aan één kant overhangt over een diepe en snelstroomende rivier. Machtige muren verheffen zich zigzagsgewijze van punt naar punt, van hoek naar hoek, op een reusachtige steile rots, en schijnen meer het werk van een modernen meester in de kunst van versterking, dan de cyclopenarbeid der tallooze menigten van donkerhuidige zwoegers, die het fort lang geleden op bevel van hun als godheid vereerden heerscher, den Inca, hebben opgericht. De eigenlijke vesting is een lang, laag gebouw van twee verdiepingen, met kijkgaten en torens. Hierboven verrijzen de muren van een andere vesting, of liever buitenwerk, en op punten er boven en beneden, op iedere mogelijke verheffing, zijn ronde steenen torens geplaatst van verschillende grootte, die alle van vele geschutpoorten voorzien zijn, zoodat een zware pijlenregen den naderenden vijand kon tegemoet gezonden worden. Dit uitstekende buitenwerk omvat een rij van terrassen die om hun bij zonderen en reusachtigen bouw wereldberoemd

Sluiten