is toegevoegd aan uw favorieten.

Een stoel van goud

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6

nergens te zien. En kakelen dat ze allemaal deden! Je kreeg meelijden met de arme dieren!

Daar kwam Hein achter uit den hof. Hij had een dikken stok in de hand, en zijn gezicht was net zoo rood als de kam van den haan, die nu nergens te zien was.

,,Hein! wat heb je toch gedaan? Je mag de kippen niet plagen!" sprak zijn Moeder.

Hein, een flink boertje van zes jaar, veegde een paar tranen weg, en snikte: ,,ik heb ze niet geplaagd, Moeder! Maar de kippen hebben m'n boterham weggehaald."

,,Maar jongen! hoe kan dat nou?"

,,Wel! 'k zag een mooien vlinder, en dien wou ik vangen, en toen heb 'k mijn boterham zoolang op de bleek gelegd, en toen is die zwarte kip er mee weggeloopen."

,,'tls toch wat te zeggen!" antwoordde Moeder. Ze deed net, of ze erg boos was; maar ze moest er toch om lachen.

,,Wacht! 'k zal ze even een beetje voer geven. Die arme beesten! Ze zijn heelemaal van streek!"