Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Nu ja, ik bedoel de gedachten, die de moeite waard rijn."

„Wel nee, die ook niet; het zou Edo gauw vervelen, als ik hem met al mijne gedachten lastig viel, en ik zou ze hem ook niet graag vertellen, en hij mij de zijne ook niet."

„Maar dat is toch niet goed, dat bedoel ik juist, 't Huwelijk moet immers een samenleven zijn van ziel met ziel; ik heb er vroeger nooit zoo over gedacht, maar terwijl ik hier ben is 't als eene openbaring voor me geworden, dat jullie niet echt gelukkig bent."

„Maar wat zou je dan willen?" vroeg Emma zonder eenige opwinding, „we kunnen toch niet altijd er over redeneeren, hoeveel we van elkaar houden; we leven toch goed samen. Hoe kan je denken, dat ik niet gelukkig ben?" Met iets dringends: „Ik heb immers alles, wat ik verlangen kan; een goeden man, lieve gezonde kinderen, geen geldzorgen, prettige conversatie...."

„En toch houd ik 't vok" viel Willy in, in eene behoefte zich uit te spreken. ;,Je noemt mij kinderachtig, maar zeg eens eerlijk: had jij, toen je trouwde, je geluk ook niet anders gedacht? Ik zie je nog, toen was je twintig, net als ik nu. Wat zag je er stralend uit 1 hadt je toen ook zulke kalme illusies?"

Even kwam een bitter trekje om Emma's mond, overgaande in een lachje zonder echte vroolijkheid.

„O nee, toen dacht ik misschien net als jij nu, maar het leven leert 't wel anders. In onzen engagementstijd maakte ik me ook wel eens van die dweepzieke voorstellingen, alsof 't altijd zoo kon blijven, maar dat gaat eenmaal niet."

„Waarom niet, als je t echt gewild had?"

Sluiten