Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

karakter te leeren kennen, en hem 't mijne te openbaren. Menschen, die hun heele leven samen moeten zijn, mogen toch wel alles van elkaar weten."

„Och, wat heb je aan al dat weten? Het geeft gewoonlijk maar verdriet."

Willy's kleur werd plotseling hooger, hare oogen nu heel donker.

„Dat is eene bespottelijke struisvogeltheorie, door luie menschen bedacht uit gemakzucht. Ik zal me daar nooit door af laten schepen."

Emma keek hare zuster een oogenblik aan met iets als medelijden.

„We zullen er over tien jaar nog eens over praten," zeide zij.

„Goed, goed; dan zal ik misschien meer kunnen zeggen."

Willy sprong op, liep den natten tuin door met vlugge stappen; Emma keek haar na.

„Het leven zal haar wel anders leeren," dacht ze met een zweempje bitterheid, dat haar anders vreemd was. Hare kalme natuur had zich gemakkelijk geschikt naar het leven, tevreden aannemend wat het haar bood, zonder te peinzen over het onbereikbare.

Maar Willy was heel anders; hare ziel was vervuld van idealen en illusies, die ze niet gemakkelijk prijs zou geven; ze verwachtte geluk van het leven, wilde het zich veroveren, als 't niet vanzelf tot haar kwam.

Haar jong hart trilde, voorgevoelend de aanraking van het volle rijke leven, dat naderkwam, een lichte gestalte, de handen vol kleurige bloemen, waarvan Willy de namen nog moest leeren; op het hoofd een krans van eeuwig-groene, zeldzame bladeren, waarvan zij de schoonste mocht plukken.

Sluiten