Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Willy bleef lang onbewegelijk liggen, terwijl langzaam de winterdag geboren werd.

„Toe Willy, vertel eens wat van gisteravond,"

zei mevrouw van Meersen, toen ze na 't ontbijt

alleen met Willy was.

Willy lachte even, en opgewekt begon ze: „Wel mama, er waren prachtige bloemen, er

werd druk gedanst en lekker gesoupeerd, er

waren ....

„Kind, doe niet zoo dwaas," viel mevrouw driftig in. „Je weet heel goed wat ik bedoel. Schepers . ,.

„Heeft me gevraagd." Willy bloosde even, maar hare stem bleef kalm. Mevrouws gezicht werd één en al glimlach.

„Is 't waar, kind? Waarom heb je dat niet dadelijk verteld? Je begrijpt toch wel, dat ik in je geluk wil deelen."

„Mijn geluk? Ik heb hem bedankt."

„Hè ? Waarom ?"

Mevrouw stootte de twee woorden uit met iets van schrik.

„Omdat ik niet van hem houd," zei Willy langzaam, „en hij van mij eigenlijk ook niet."

„Hij niet van jou!" viel mevrouw in; „daar vergis je je in, je behoefde hem gisteren maar aan te zien ,..."

„O ja, hij was verliefd op me, maar dat is niet genoeg. En 't voornaamste is, dat ik niet van hem houd."

„Natuurlijk," zei mevrouw, met geweld hare neiging tot driftig-worden onderdrukkend, dat iets gekunsteld-liefs aan hare woorden gaf, „maar weet je dat wel zeker? Je bent nog te jong om jezelf zoo goed te kennen."

Sluiten