Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jammer, dat er zooveel ongezien moet blijven. Heeft u veel gereisd?"

„Nogal; voor mijn studie en ook voor pleizier. Ik doe bijna elk jaar een reisje."

„Wat heerlijk 1"

„Maar van t jaar beschouw ik dezen tijd in Boschvoort als een soort vacantie. Wat heeft u een mooi bouquet; ik herinner me in eens dat mijn moeder vroeger ook zulke bouquetten maakte."

„Ik vind ze veel mooier dan die van gekweekte bloemen," viel Willy snel in, meteen opstaande; „de wilde bloemen brengen iets in zich mee van h»t bosch ; 't is, of ze iets kunnen vertellen, wonderverhalen van elfen en boschnimfen, of," —■ met eene plotselinge wending naar vroolijkheid, — „anders maar van hazen en konijnen of vlinders, die om ze gestoeid hebben. De meeste gekweekte bloemen zijn zoo pronkerig, zoo pretentieus op hunne kleuren; behalve rozen, die vind ik heerlijk ; maar geraniums bijvoorbeeld, wat zijn die brutaal! vooral de roode, en de groote violen met hunne gezichten, die altijd schijnen te roepen: let toch op me! zie me toch 1"

Ze stond nu op haar teenen, trachtend een slinger van de kamperfoelie af te breken.

George kwam vlug bij haar.

„Laat me u helpen."

„Ik wou graag wat hebben om mijn bouquet bij elkaar te houden."

„Waarom vroeg u me niet, het voor u te plukken ?"

„Omdat ik liefst mezelf help als ik kan. En ik weet, dat heeren gevraagde galanterie gauw lastig vinden."

De lichte coquetterie van hare woorden werd zoo geheel te niet gedaan door het gewone van

Sluiten