Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar toon, dat George niet goed wist wat te zeggen.

Ze had haar hoed opgezet, en ging naar het pad; hij liep een eindje zwijgend naast haar.

„We denken ook wel eens, dat onze galanterie de dames lastig is," zei hij plotseling.

Willy lachte.

„Loopt u daar nogal over te denken? Maar u heeft gelijk; het kan wel eens lastig zijn. Toch dacht ik niet, dat de heeren zich dat ooit konden voorstellen."

„U schijnt geen hoog idee van de heeren te hebben."

„O jawel. Alleen maar,.. ze zijn te veel gewend op hunne wenken bediend te worden."

„O hemel, wat zou ik in een slecht blaadje bij u komen te staan, als u wist, hoe ik verwend ben geworden door mijn moeder en al de oudere zusters."

Ze keek even naar hem op.

„Woont uwe moeder in den Haag?"

„Ja; ze is natuurlijk erg bÜj, dat ik zoo in de buurt ben, en dus dikwijls bij haar kan komen, 't Is zoo'n goed moedertje."

Zijn toon deed Willy prettig aan. Ze had een gevoel alsof ze hem al lang kende, alsof hij een oud vriend van haar, was. Ze vroeg nog meer van zijne moeder, van zijne zusters, hem uitlokkend tot vertellen.

Toen ze het bosch uit waren vroeg hij: „Mag ik eene visite bij uwe familie komen maken?

„Zeker, daar rekenen papa en mama bepaald op; Emma had het al geschreven. Maar komt u dan 's avonds; overdag is papa zoo bezet. Alleen niet donderdags, dan is papa altijd uit; en woensdags gaat hij naar de sociëteit."

Sluiten