Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

George zat naast haar, trok haar telkens in 't gesprek.

„Op den terugweg moeten de dames roeien," stelde van Marle voor.

„Maar niet alleen," viel George in. „Mag ik je weer roeiles geven, Willy."

„Geef je die lessen gratis ?" vroeg Anna Overman.

„Natuurlijk aan een* oude kennis wel," viel Willy in. en plotseling, door het algemeen gelach begrijpend, dat ze eene dwaasheid had gezegd, steeg het bloed haar naar 't gezicht tot op haar voorhoofd.

„Een oude kennis van twee maanden!" schertste men.

„Nu ja, ik bedoel een goede kennis," zei Willy een beetje verward; „men beschouwt natuurlijk den een gauwer als zoodanig dan den ander, en dan denkt men licht, dat men elkaar al veel langer kent."

George keek haar aan, tot hare oogen even in de zijne rustten, toen, snel, praatte hij over het onderwerp heen, trachtte de plagerijen af te weren.

Toen zij terug gingen was de hemel donker geworden; de eerste sterren pinkten, even zich vertoonend, om dan weer te verzinken in de violette, onpeilbare diepte, en donker was het water als een ondoorgrondelijk toovermeer, waarboven de waterlelies zweefden als lichte feeëngestalten.

George zat naast Willy op de roeibank, legde nu en dan even zijne hand op de hare, voelend hoe hare vingers trilden onder die aanraking.

Lize en van Marle zaten bij het roer, letten niet op de anderen.

Willy zuchtte even.

Sluiten