Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Dan kunnen ze vergeefs wachten." „Niet altijd."

Hij bleef staan, en keek haar in de oogen; zijne stem was week van smeeking.

„Willy, 't toegeven aan onze dierlijke natuur hoeft onze ziel niet te bevlekken, ons niet slecht te maken."

Ze werd heel bleek; voor 't eerst kwam een vermoeden van de waarheid in haar op, maar ze drong 't met geweld terug.

„Slecht niet," zei ze zacht, „maar het trekt toch onvermijdelijk naar beneden."

George kreeg het gevoel, alsof 't mooiste wat hij bezat van hem werd weggenomen, en hij niet in staat was, de hand uit te steken om 't vast te houden.

„Niemand denkt daaraan,'/ zei hij weer, „men praat elkaar zelfs voor, dat t goed is ennoodig, dat men de natuur niet straffeloos geweld aan mag doen. Natuurlijk zijn er verschillen, maar ik bedoel die gevallen waarin men niemand bedriegt."

„Behalve zich zelf. Verdedig 't toch niet. Je moet het immers zelf ook afkeuren?"

In Willy's oogen las hij eene angst-uitdrukking.

„Ja,* antwoordde hij langzaam ernstig: „ik keur 't nu af."

Willy zei niets meer; ze liep voort metlooden voeten; haar hart bonsde, in haar gezicht waren vreemde zenuwtrekkingen.

George keek haar ongerust aan.

„Willen we even gaan zitten?" vroeg hij; ze waren nu aan de open plek met de heuveltjes gekomen.

Willy liet zich werktuigelijk in het gras vallen;

Sluiten