Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Nee; hij kan 't niet meer volkomen, en voor een meisje is zijne liefde minder waard."

Ze sprak bijna onhoorbaar, met gebogen hoofd; het onafwendbare was over haar gekomen.

„O God, Willy, zeg dat niet. Zou je werkelijk niet kunnen gelooven in de liefde van dien man; zou je hem werkelijk niet kunnen liefhebben?" Hij bleef vreemd, onwillekeurig in de derde persoon spreken.

„Ik weet 't niet...."

„Wil je het mij morgenochtend zeggen ?" vroeg hij zacht. „Wil je er over denken, of je jezoudt kunnen toevertrouwen aan zulk een* man; wil je beproeven, of je liefde sterk genoeg is om te vergeten, alleen bij het tegenwoordige te leven en de toekomst?" Ze knikte even, bleef onbewegelijk zitten. Hij voelde een onweerstaanbaar verlangen, haar te kunnen troosten, haar te zeggen hoe groot en machtig zijn liefde voor haar was, maar hij bedwong zich: hij mocht haar niet overrompelen, ze moest eerst nadenken.

„Ikt>kom morgenochtend om tien uur je antwoord halen," zei hij heesch.

De stem van Willem Stennen klonk roepend uit de verte.

Willy stond op, liep voort met een gevoel of alles in haar koud en zwaar als lood was geworden; ze scheen plotseling een ander, een vreemde; ze» kon niet denken, maar wist toch werktuigelijk, als in een droom, te praten met de anderen, antwoordde zelfs nu en dan op hunne plagerijen. Toen ze bij huis was gekomen, reikte ze allen de hand, ook George; hij voelde hare vingers koud en stijf als van een doode.

Sluiten