Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hemelhoog willen stijgen, gedragen door de vleugels der geestelijke en zinnelijke liefde; en nu waren beide verlamd, sleepten langs den grond door het stof. Ze konden nooit meer volkomen genezen, nooit meer haar zoo hoog opheffen, ze kon immers niet tevreden zijn met het mindere, nu ze eenmaal in een visioen het hooge gezien had.

Ze woelde zich om èn om op haar kussen, reeds moe van den strijd; hare kleeren benauwden haar; ze stond op, kleedde zich uit, trok een peignoir aan, stak haar hoofd in koud water, want ze moest immers denken, goed weten wat ze wilde. George's woorden klonken in haar hoofd : „Morgenochtend om tien uur kom ik je antwoord halen."

En in eens besefte ze ten volle het gewicht van wat er gebeuren zou; ze zou George niet meer zien, haar geluk zou voor altijd weg zijn; alles, alles, wat zij zich in de laatste maanden had voorgesteld, gleed weg als een droom, haar leven zou voortaan dof zijn en leeg en eenzaam.

Ze liet zich op haar knieën voor 't bed vallen, als een kind schreiend, tot ze geen tranen meer had, en toen bleef ze nog lang doorsnikken met korte, hortende geluiden, die haar geheele lichaam deden schokken. Eindelijk lichtte ze het hoofd op van hare armen; het licht van den zomerdag schemerde weg; tusschen de kastanjebladeren lagen reeds donkere schaduwen.

Willy stond op, hare tanden klapperden, ze rilde, de dunne peignoir gaf bijna geen warmte. De kamer zag er zoo vreemd uit, geheimzinnig in het schemérlicht; het gaf haar iets angstigs, een gevoel van eenzaamheid, zooals ze nooit gekend had; in bed zou 't beter zijn; daar kon

Sluiten