Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mevrouw ging heen; ze begreep, dat ze Willy niet dwingen kon, en in haar hart vond ze 't wel grappig, dat de bezoeksters zoo teleurgesteld zouden zijn, als ze Willy niet te zien kregen; ze hield er wel van, de menschen te toonen, dat ze hen doorzag.

Hare boosheid was meer gericht tegen Willy's geslotenheid; ze kon niet velen, dat ze niet precies wist, wat er gebeurd was.

'Willy bleef alleen; ze leunde achterover in haar stoel met een gevoel van verlichting, .dat ze niet behoefde te praten of naar hare moeder te luisteren.

Ze had nog weinig kunnen denken deze vier dagen;( ze wist dat haar geluk verdwenen was, maar 't- gaf haar nog steeds de gewaarwording van een' benauwden droom, die niet wijken wilde; er was een gevoel van strakheid in haar hoofd, dat diep doordenken belette.

Maar ze verlangde niet, dat dit wijken zou; dan zouden de gedachten komen als een stroom, en ze voelde zich zoo moe, elke aanraking deed haar ziel pijn; ze kon niet uitmaken waar de diepste wonde was.

De heer van Meersen kwam binnen, keek zoekend de kamer rond.

„Waar is mama, Wil?"

„In 't salon met visite."

„Hé, dat spijt me; ik moest iets vragen over een quitantie; zou die visite lang blijven?"

„Ik denk 't niet; ze zijn er al een poosje. Blijft u een beetje hier?"

Ze voelde plotseling behoefte aan haar vaders bijzijn.

De heer van Meersen ging naast haar zitten.

R. L. 7

Sluiten