Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor zich zelf heel eenvoudig met al hun geld."

„O, dat kan me niet schelen," zei Willy opgewekt ; „toe, laat ik 't maar eens probeeren."

„Nu, 'tis mij goed, je moet 'tzelf weten."

„Wilt u neef en nicht schrijven, papa?"

„Ja kind, zeker, vandaag nog."

XIII.

De ijzerfabriek van den heer Dryfel lag een eind buiten Arnhem; hij zelf woonde in een groot huië op den Janssingel.

In de ruime huiskamer, die uitzicht had op den singel, zat mevrouw Dryfel te naaien, met rustige gelijkmatige bewegingen instekend en weer optrekkend de naald, zonder ophouden.

Ze was vijftig jaar ongeveer, een eigenaardige verschijning, met aristocratische, fijne trekken, de bruine oogen donker en groot als veel denkend, over haar geheele gezicht iets rustigs, dat goeddeed.

Elke haastige beweging van haar scheen aangeleerd, niet bij haar te behooren; men zou zich haar voor kunnen stellen in een ouderwetsch salon, stil bordurend uren en dagen lang aan een gobelinwerk, de witte handen regelmatig langzaam het patroon nawerkend, dat misschien de woning van een achterkleinzoon pas sieren zou.

De deur ging open en over haar gezicht gleed een glimlach als een zonnestraal, die jong maakte; de oogen straalden nu van blijdschap, de handen werden uitgestoken in verlangen.

Op vlugge voetjes kwam een klein meisje binnen, een tenger figuurtje in een lichtgrijs manteltje;

Sluiten